Vroege complicaties binnen de eerste twee weken na DIEP flap borstreconstructie
- Dr. Mahyar Foumani

- 16 apr
- 6 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 17 apr

De DIEP-flap is een van de meest geavanceerde manieren om een borst op te bouwen met uw eigen weefsel. Het geeft een natuurlijk en langdurig resultaat. Maar er komt microchirurgie bij kijken: een operatie onder de microscoop, omdat de bloedvaatjes heel klein zijn. En er zijn twee operatieplekken. Daarom is er in de eerste twee weken goede controle nodig. De meeste vrouwen herstellen zonder ernstige problemen. Toch helpt het om te weten welke problemen kunnen ontstaan, hoe het team ze opspoort en welke signalen u zelf moet herkennen. Dat geeft rust en vertrouwen in deze belangrijke fase.
Dit artikel beschrijft de meest voorkomende problemen in de eerste twee weken na een DIEP-flap. U leest hoe uw team erop let, en welke alarmsignalen u moet kennen als u thuis bent.
De eerste 72 uur: waarom controle van de flap zo belangrijk is
De eerste 72 uur na een DIEP-flap zijn de meest kwetsbare periode voor het nieuwe weefsel. De flap leeft volledig op de heel kleine bloedvaten die de chirurg onder de microscoop heeft aangesloten. Gaat er iets mis met de bloedtoevoer (de aanvoer via de slagader of de afvoer via de ader)? Dan kan de flap in gevaar komen als het niet snel wordt opgemerkt.
Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis controleren verpleegkundigen de flap vaak, soms elk uur in de eerste een tot twee dagen. Ze kijken naar de kleur, de temperatuur en de doorbloeding van het nieuwe weefsel. Vaak gebruiken ze daarbij een klein apparaatje (Doppler-echo) om de bloedstroom te beluisteren. Wordt een probleem vroeg opgemerkt? Dan is de kans veel groter dat de flap te redden is.
Problemen met de bloedvaten: de meest urgente zorg
Problemen met de bloedvaten zijn de ernstigste vroege risico's na een DIEP-flap. Er zijn drie soorten.
Veneuze congestie: Hierbij komt er wél bloed in de flap, maar het kan niet goed weg. De flap wordt gezwollen, donkerder en warm. Dit komt vaker voor dan problemen met de slagader. Op tijd herkend, is het vaak met een operatie op te lossen.
Trombose van de slagader: Dit gebeurt als de slagader die de flap voedt verstopt raakt. De flap ziet er bleek uit en voelt koud aan. Dit is zeldzamer, maar vraagt om meteen terug naar de operatiekamer.
Deel of hele flap verloren: Kan de bloedtoevoer niet hersteld worden? Dan kan een deel van de flap, of in het ergste geval de hele flap, niet overleven. De hele flap verliezen komt in ervaren handen voor bij ongeveer 1 tot 5 van de 100 vrouwen. De kans is groter bij roken, diabetes, eerdere bestraling, overgewicht en hogere leeftijd.
Worden er problemen met de bloedvaten gevonden? Dan kan een spoedoperatie nodig zijn, soms binnen een paar uur. Daarom is goede controle in de eerste dagen zo belangrijk. Uw team bespreekt vooraf ook een 'plan B' met u, meestal een weefseloprekker (expander) of een implantaat, voor het geval de flap niet te redden is.
Bloeding en bloeduitstorting (hematoom)
Een hematoom is een verzameling bloed buiten de bloedvaten, meestal op de operatieplek. Kleine hematomen verdwijnen vaak vanzelf. Maar grotere kunnen druk geven op de kleine bloedvaten van de flap en zo de flap bedreigen. Signalen zijn: snelle zwelling, meer pijn, blauwe plekken en een harde plek onder de huid. Gebeurt dit in de eerste dagen, dan moet het bloed vaak met een kleine operatie worden weggehaald.
Sommige medicijnen, kruiden en supplementen vergroten de kans op bloeding. Bespreek die altijd goed met uw plastisch chirurg vóór de operatie. Soms is het advies om ermee te stoppen of de dosis aan te passen.
Vochtophoping (seroom)
Een seroom is een holte met helder, geel vocht. Het kan onder de huid ontstaan, zowel op de buik (waar het weefsel vandaan komt) als in de nieuwe borst. Kleine seromen komen vaak voor en verdwijnen meestal vanzelf. Grotere moeten soms met een naald worden leeggemaakt, of de drains (slangetjes die vocht afvoeren) blijven langer zitten. Een seroom vergroot de kans op een wondinfectie en wordt daarom altijd serieus genomen.
Wondinfectie
Een infectie kan ontstaan op de borstwond én op de buikwond. Signalen zijn: meer roodheid, warmte, zwelling, pijn, koorts of pus uit de wond. Een oppervlakkige infectie wordt meestal behandeld met antibiotica via tabletten. Een diepere infectie soms met antibiotica via een infuus, of heel zelden met een kleine spoeloperatie. Wordt het vroeg ontdekt en behandeld, dan voorkomt dat bijna altijd ergere problemen.
Problemen met wondgenezing en afsterven van huid
Soms gaan de wondranden weer open (wonddehiscentie). Dat kan op de buik, de borst of allebei. De kans hierop is groter bij roken, diabetes (suikerziekte), overgewicht, eerdere bestraling en spanning op de wond. Kleine plekjes genezen vaak met goede wondzorg. Grotere hebben soms een correctie nodig. Soms sterft een stukje huid af doordat het te weinig bloed krijgt (huidnecrose). Dat gebeurt vaker aan de randen van de borsthuid dan in de flap zelf.
Vroege vetnecrose
Vetnecrose ontstaat als stukjes vet in de flap te weinig bloed krijgen en afsterven. In de eerste twee weken kan het voelen als een harde, soms pijnlijke knobbel in de nieuwe borst. Kleine plekjes worden na maanden vaak vanzelf weer zacht en verdwijnen. Grotere plekken hebben soms lipofilling (eigen vet inspuiten) of een kleine operatie nodig. Soms is een scan nodig om het te onderscheiden van iets anders. Vetnecrose komt vaker voor bij rokers en vrouwen die bestraald zijn.
Problemen op de plek aan de buik
De DIEP-flap laat de buikspieren heel. Daardoor is de kans op een breuk of uitstulping van de buikwand veel kleiner dan bij de oudere TRAM-flap. Toch kunnen er ook bij de DIEP vroege problemen aan de buik ontstaan.
Vocht op de buik (seroom): Vochtophoping op de plek waar het weefsel vandaan komt. Meestal goed op te lossen met drains of leegmaken met een naald.
Buikwond die opengaat: Vooral in het midden van de snee van heup tot heup, waar de spanning het grootst is.
Doof gevoel in de huid: De meeste vrouwen voelen na een DIEP wat minder in de onderbuik. Dat wordt langzaam beter, maar verdwijnt niet altijd helemaal.
Uitstulping of breuk van de buikwand: Zeldzaam bij de DIEP, maar mogelijk. Soms is er later een kleine operatie nodig om het te herstellen.
Problemen voor het hele lichaam om op te letten
Een DIEP-flap-operatie duurt lang en u ligt lang stil. Daardoor zijn er een paar risico's voor het hele lichaam. Uw team let daar goed op en doet er actief iets aan om ze te voorkomen.
Bloedstolsel (VTE): Een stolsel in de benen (trombose) of in de longen (longembolie). Om dit te voorkomen krijgt u drukkousen of -apparaten, bloedverdunnende prikjes en helpt het om snel weer te bewegen.
Longontsteking: Om dit te voorkomen is het goed om snel weer te bewegen en diepe ademhalingsoefeningen te doen. Soms krijgt u een apparaatje om goed door te ademen.
Bloedarmoede: Wat bloedverlies bij een lange microchirurgie-operatie is normaal. Heel soms is een bloedtransfusie nodig.
Alarmsignalen om te melden als u thuis bent
U gaat meestal tussen dag 5 en dag 7 naar huis, als de flap stabiel is. Toch kunnen sommige problemen later opkomen. Neem direct contact op met uw team als u een van deze signalen merkt:
Plotselinge kleurverandering van de gereconstrueerde borst (bleek, blauw of heel donker)
Snel toenemende pijn, zwelling of blauwe plekken in borst of buik
Koorts
Stinkende afscheiding, toenemende roodheid of pus uit de wond
Plots opengaan van de wond of zichtbaar weefsel
Pijn, zwelling of gevoeligheid in de kuit (mogelijke diep veneuze trombose)
Kortademigheid of pijn op de borst (mogelijke longembolie — bel 112)
De meeste vrouwen herstellen zonder ernstige problemen
Deze lijst lijkt misschien lang. Maar het is belangrijk om te weten: verreweg de meeste vrouwen die een DIEP-flap krijgen in een ervaren centrum, herstellen zonder ernstige problemen. Goede controle in het ziekenhuis, goede wondzorg thuis en snel contact opnemen als iets anders voelt: dat zijn de sleutels tot een veilig herstel. De DIEP-flap blijft een van de meest betrouwbare en fijne keuzes, juist omdat de risico's goed bekend zijn en actief in de gaten worden gehouden.
Veelgestelde vragen
Hoe groot is de kans dat de flap verloren gaat na een DIEP-operatie?
In ervaren centra gaat de hele flap verloren bij ongeveer 1 tot 5 van de 100 DIEP-operaties. Een deel van de flap verliezen komt vaker voor, maar is meestal goed te behandelen. De kans is groter bij roken, diabetes, eerdere bestraling, overgewicht en hogere leeftijd.
Hoe lang word ik in het ziekenhuis gecontroleerd?
De meeste vrouwen blijven 5 tot 7 dagen in het ziekenhuis na een DIEP-flap. De eerste 72 uur zijn het meest intensief. Verpleegkundigen controleren de doorbloeding van de flap dan soms elk uur. De controle wordt minder zodra de flap stabiel is.
Wat is het verschil tussen veneuze congestie en een probleem met de slagader?
Bij veneuze congestie kan het bloed niet uit de flap weg. De flap wordt dan gezwollen en donkerder. Bij een probleem met de slagader komt er geen bloed meer in de flap. De flap wordt dan bleek en koud. Allebei moeten ze snel met een operatie worden opgelost. Maar problemen met de ader komen vaker voor.
Wanneer moet ik mijn chirurg bellen na thuiskomst?
Bel direct als u dit merkt: een plotselinge kleurverandering van de borst, snel meer pijn of zwelling, koorts boven 38,5 graden, stinkende afscheiding, een wond die opengaat, pijn in de kuit of kortademigheid. Dit kunnen vroege signalen van problemen zijn die snel aandacht nodig hebben.
Kun je vetnecrose voorkomen?
Niet helemaal, maar je kunt de kans wel kleiner maken. Niet roken voor en na de operatie is verreweg het belangrijkst. De chirurg kiest ook zorgvuldig welke delen van de flap hij houdt, op basis van de bloedtoevoer. Zo wordt de kans op vetnecrose zo klein mogelijk.
Geschreven door Dr. Mahyar Foumani, plastisch en reconstructief chirurg gespecialiseerd in borstreconstructie. Gebaseerd op het boek "Borstreconstructie Uitgelegd".



Opmerkingen