DIEP-lap borstreconstructie
DIEP-lap borstreconstructie met eigen buikweefsel
Kort antwoord: bij een DIEP-lap borstreconstructie wordt huid en vet uit de onderbuik gebruikt om een nieuwe borst te vormen. De rechte buikspier blijft in principe intact. De chirurg maakt de kleine perforatorbloedvaten van het weefsel vrij, verplaatst de lap naar de borstkas en sluit de vaten daar onder de microscoop aan. Het resultaat bestaat volledig uit eigen, warm weefsel en verandert mee met uw lichaam. Daar staat een lange operatie, een litteken op de buik en een zorgvuldig herstel tegenover.
Een DIEP-lap kan direct tijdens de borstamputatie worden uitgevoerd of maanden tot jaren later. De techniek kan één borst of beide borsten reconstrueren en is vaak mogelijk na bestraling, omdat gezond doorbloed weefsel naar de borstkas wordt gebracht. Niet iedere buik, bloedvatstructuur of gezondheidssituatie is geschikt. De keuze wordt daarom niet gemaakt op basis van één foto of een gewenste cupmaat, maar na lichamelijk onderzoek, beoordeling van de oncologische behandeling en vaak een CT-angiografie van de buikwand.
Op deze pagina leest u stap voor stap wat de operatie inhoudt, waarin DIEP verschilt van een TRAM-lap of implantaat, hoe de eerste dagen worden bewaakt en welke veranderingen u op lange termijn kunt verwachten. De informatie helpt u gerichte vragen te stellen. Alleen uw eigen behandelteam kan bepalen welke reconstructie medisch verantwoord is en hoe deze in uw kankerbehandeling past.
Wat betekent DIEP?
DIEP staat voor deep inferior epigastric perforator. Dit zijn kleine bloedvaten die vanuit een dieper gelegen vaatstelsel door of langs de rechte buikspier naar het vet en de huid van de onderbuik lopen. Bij de operatie volgt de microchirurg één of meer geschikte perforatoren door de spier heen, zonder de spier als onderdeel van de lap mee te nemen. Daarna wordt het huid-vetweefsel met zijn slagader en ader losgemaakt en naar de borst verplaatst.
Het woord “spiersparend” betekent niet dat de buikwand helemaal onaangeraakt blijft. De chirurg opent het bindweefsel rond de spier en maakt de vaten tussen de spiervezels vrij. Kleine zenuwtakjes worden zo veel mogelijk gespaard, maar tijdelijke zwakte, gevoelloosheid en een trekkend gevoel zijn mogelijk. Het onderscheid met een klassieke TRAM-lap is dat bij DIEP geen functioneel stuk rechte buikspier wordt opgeofferd om de borst te maken.
Voor wie kan een DIEP-lap geschikt zijn?
Een DIEP-lap kan passen bij iemand die na een borstamputatie een borst van eigen weefsel wenst en voldoende huid en vet onder de navel heeft. De techniek is aantrekkelijk wanneer een implantaat ongewenst is, wanneer de borstkas eerder is bestraald of wanneer een implantaatreconstructie problemen heeft gegeven. Ook bij een preventieve dubbele borstamputatie kan aan beide zijden een deel van het buikweefsel worden gebruikt, mits volume en bloedvoorziening dit toelaten.
Geschiktheid hangt niet alleen af van lichaamsgewicht. Eerdere buikoperaties, littekens, vaatziekten, stollingsproblemen, diabetes, conditie en nicotinegebruik beïnvloeden het risico. Een keizersnedelitteken sluit DIEP meestal niet automatisch uit, maar grote dwarse of verticale littekens kunnen de doorbloeding veranderen. Bij zeer weinig buikvet, onvoldoende vaten of een medische situatie waarin een langdurige operatie te belastend is, kan een andere lap, lipofilling, implantaat of vlakke sluiting beter passen.
Directe of uitgestelde reconstructie
Bij een directe reconstructie volgt de DIEP-lap in dezelfde narcose op de borstamputatie. De eigen borsthuid en soms de tepel kunnen worden behouden wanneer dat oncologisch veilig is. Dit kan een natuurlijke huidenvelop en minder zichtbare littekens geven. De operatie is echter lang en de definitieve pathologie is nog niet bekend. Als bestraling waarschijnlijk is, bespreekt het team hoe radiotherapie de vorm, zachtheid en het volume van de lap kan veranderen.
Een uitgestelde reconstructie vindt plaats nadat de wond en eventuele chemo- of radiotherapie zijn afgerond. De chirurg kan dan bestraalde, strakke huid vervangen door soepel buikweefsel. Er is vaak een groter huiddeel van de lap zichtbaar op de borst en het littekenpatroon verschilt van een directe reconstructie. Uitstellen betekent niet dat de kans voorbij is: ook jaren na een amputatie kan een DIEP-lap mogelijk zijn. Soms wordt tijdelijk een expander of een eenvoudige sluiting gebruikt.
Onderzoek en CT-angiografie
Tijdens het consult onderzoekt de plastisch chirurg de buik, borstkas, huidkwaliteit, littekens en hoeveelheid beschikbaar weefsel. De gewenste borstomvang wordt vergeleken met het veilige donorvolume. Voor veel patiënten wordt een CT-angiografie gemaakt. Daarbij zijn het verloop, de diameter en de plaats van de perforatoren zichtbaar. De scan helpt een kansrijke route te kiezen en kan onverwachte vaatvarianten of onderbroken vaten na eerdere operaties tonen.
Een scan garandeert geen probleemloze operatie. De kwaliteit van een vat kan tijdens de ingreep anders blijken en de chirurg kan overstappen op een andere perforator of techniek. Meld contrastallergie, nierproblemen, zwangerschap en alle eerdere buikoperaties. Bespreek ook medicijnen, hormoonbehandeling en voedingssupplementen. Het behandelteam bepaalt welke bloedverdunners moeten worden gestopt of juist voortgezet; verander dit nooit zelfstandig.
Voorbereiding op de operatie
Een goede voorbereiding begint weken vóór de opnamedag. Stop volledig met roken, vapen en andere nicotineproducten volgens de termijn van uw centrum, omdat nicotine de kleine bloedvaten vernauwt en wond- of lapverlies kan bevorderen. Beweeg binnen uw mogelijkheden, eet voldoende eiwit en laat diabetes, bloedarmoede of hoge bloeddruk zo goed mogelijk behandelen. Bij gewichtsverlies is stabiliteit belangrijker dan een crashdieet vlak voor een grote operatie.
Regel thuis hulp voor boodschappen, huishouden, kinderen en vervoer. U kunt de eerste weken niet zwaar tillen en loopt aanvankelijk wat voorover door spanning op de buik. Neem ruime kleding en steunende schoenen mee. Het ziekenhuis bespreekt nuchter blijven, douchen, tromboseprofylaxe en pijnstilling. Vraag ook wie u buiten kantooruren belt bij koorts, een snel dikker wordende borst, benauwdheid of een wondprobleem.
De operatie stap voor stap
Na de borstamputatie of het openen van het oude litteken worden ontvangstbloedvaten op de borstkas voorbereid, vaak nabij het borstbeen. Tegelijk maakt een tweede team het buikweefsel vrij. De navel blijft op de buikwand en krijgt later een nieuwe opening in de strakgetrokken huid. Zodra de lap los is, sluit de microchirurg de slagader en ader aan op de borstvaten. De circulatie wordt gecontroleerd voordat het weefsel tot een borst wordt gevormd.
De zichtbare huid van de lap kan groot of klein zijn, afhankelijk van de huid die op de borst beschikbaar is. Overtollige laphuid wordt van opperhuid ontdaan en onder de borsthuid begraven. Daarna sluit de chirurg de buik laag, vergelijkbaar met het littekengebied van een buikwandcorrectie, maar het doel is reconstructief en de techniek is anders. Drains kunnen in borst en buik worden geplaatst. De operatieduur varieert sterk bij één of twee borsten en bij aanvullende ingrepen.
Microchirurgische bewaking
De eerste uren en dagen wordt de doorbloeding van de lap regelmatig gecontroleerd. Verpleegkundigen beoordelen kleur, warmte, capillaire vulling en een dopplersignaal van het bloedvat. Deze controles zijn frequent omdat een stolsel in de aangesloten slagader of ader snel moet worden herkend. Bij twijfel kan een spoedoperatie nodig zijn om de vaatverbinding te herstellen. Vroeg handelen geeft de beste kans om de lap te behouden.
Een extra controle of heroperatie betekent niet automatisch dat de reconstructie verloren gaat. Soms wordt een knik, stolsel of nabloeding gevonden en opgelost. Volledig lapverlies is ongebruikelijk in ervaren centra, maar niet onmogelijk. Dan wordt dood weefsel verwijderd en bespreekt het team later een nieuwe reconstructie. Dit zeldzame scenario verdient vooraf een open gesprek, inclusief het noodplan en de mogelijke emotionele impact.
Herstel in het ziekenhuis
Na de operatie krijgt u multimodale pijnstilling en vaak injecties tegen trombose. Vroeg uit bed komen, diep ademhalen en korte stukjes lopen verkleinen de kans op long- en vaatcomplicaties. De buik voelt strak en u loopt aanvankelijk licht gebogen. De borst kan gezwollen zijn en de lap voelt anders dan de oorspronkelijke borst. Drains worden verwijderd wanneer de productie voldoende laag is; het precieze moment verschilt per centrum.
De opnameduur hangt af van herstel, zelfstandigheid en lokale protocollen. Voor ontslag moet u kunnen lopen, eten, plassen en pijn met tabletten kunnen beheersen. U leert de wonden en drains verzorgen. Thuis neemt vermoeidheid vaak pas echt merkbaar toe. Plan daarom rust, maar blijf meerdere keren per dag kort bewegen. Eén goede dag betekent nog niet dat het lichaam de volgende dag dezelfde belasting aankan.
Herstel thuis en opbouw van activiteiten
De eerste zes weken ligt de nadruk op wondgenezing en geleidelijke mobiliteit. Til niet zwaar, vermijd krachtig duwen of trekken en volg de instructies voor bh en buikband van uw eigen team. Wandelen wordt rustig uitgebreid. Autorijden is pas veilig wanneer u zonder sterke pijn een noodstop kunt maken, vrij kunt bewegen en geen versuffende medicatie gebruikt. Bureauwerk kan eerder lukken dan werk met tillen, lang staan of nachtdiensten.
Schouder- en houdingsoefeningen voorkomen verstijving, maar te fanatiek rekken kan de wonden belasten. Een fysiotherapeut met kennis van borstkanker en buikwandchirurgie kan helpen bij een asymmetrische houding, littekenverkleving of zwakte. Sport wordt gefaseerd hervat. Luister niet alleen naar pijn: zwelling, wondvocht en extreme vermoeidheid zijn ook signalen dat de belasting te snel stijgt. Volledig herstel duurt eerder maanden dan weken.
Buiklitteken, navel en buikwand
Het buiklitteken loopt meestal van heup tot heup en wordt zo laag mogelijk gepland, maar ligging en lengte hangen af van anatomie en benodigde huid. Rond de navel ontstaat een tweede litteken. Aanvankelijk zijn littekens rood, stevig en gevoelloos; rijping duurt twaalf maanden of langer. Een klein huidoverschot aan het uiteinde, een “dog ear”, kan later worden gecorrigeerd. Het onderbuikprofiel wordt vaak vlakker, maar DIEP is geen cosmetische buikwandcorrectie.
Mogelijke donorplaatsproblemen zijn wondvocht, infectie, vertraagde genezing, vetnecrose, een asymmetrische navel, gevoelsverlies en een bolling of breuk van de buikwand. Omdat de spier blijft zitten is het risico op relevante zwakte doorgaans lager dan bij een spieropofferende TRAM-lap, maar niet nul. Nieuwe blijvende pijn, een toenemende zwelling bij hoesten of duidelijke krachtvermindering verdient onderzoek.
Vorm, gevoel en veroudering van de borst
De lap wordt met chirurgische modellering tot een borst gevormd, maar er is geen borstklier en de oorspronkelijke gevoelszenuwen zijn grotendeels doorgesneden. De borst voelt meestal zacht en warm, terwijl de huid aanvankelijk verdoofd kan zijn. Spontaan zenuwherstel is mogelijk en sommige centra sluiten een gevoelszenuw van de lap aan. Ook dan kan normaal gevoel niet worden gegarandeerd en bescherming tegen hitte of druk blijft belangrijk.
Eigen vet verandert mee met gewicht, hormonen en ouder worden. De lap kan groter worden bij gewichtstoename en kleiner bij afvallen. Zwaartekracht beïnvloedt de vorm, wat soms natuurlijker meebeweegt dan een implantaat. In de eerste maanden verdwijnen zwelling en hardheid en kan het volume merkbaar afnemen. De definitieve vorm wordt daarom pas later beoordeeld. Volmaakte gelijkheid met een natuurlijke borst is niet realistisch.
Bestraling en een DIEP-lap
Een DIEP-lap brengt gezond doorbloed weefsel naar een bestraald gebied en is daardoor vaak een goede uitgestelde reconstructie. Wanneer bestraling na een directe DIEP noodzakelijk blijkt, kan de lap echter stugger, kleiner of vetnecrotisch worden. De huid kan verkleuren en het decolleté veranderen. Deze gevolgen zijn wisselend en moeten worden afgewogen tegen de voordelen van directe reconstructie.
De oncologische behandeling heeft altijd voorrang. Een reconstructie mag noodzakelijke radiotherapie niet onmogelijk maken of onnodig vertragen. Bij een hoge kans op bestraling kan het team uitgestelde reconstructie, een tijdelijke oplossing of een “delayed-immediate” strategie bespreken. Er is geen universeel beste timing; tumorstadium, huid, persoonlijke voorkeur en ervaring van het centrum bepalen samen het plan.
Risico’s en complicaties
Algemene risico’s zijn nabloeding, infectie, seroom, longproblemen, trombose en bijwerkingen van narcose. Specifieke risico’s zijn een verstoorde doorbloeding, gedeeltelijk of volledig lapverlies, vetnecrose en wondproblemen van borst of buik. Vetnecrose kan als een harde knobbel voelbaar zijn en soms aanvullende beeldvorming of een biopsie nodig maken. Een knobbel na borstkanker moet altijd professioneel worden beoordeeld, ook als vetnecrose waarschijnlijk is.
Op langere termijn kunnen asymmetrie, volumetekort, littekenverbreding, buikzwakte of een hernia optreden. Risico’s nemen toe bij nicotine, slecht ingestelde diabetes, vaatziekte, hoge BMI of eerdere bestraling, maar persoonlijke cijfers verschillen. Vraag uw chirurg naar de eigen uitkomsten van het centrum, inclusief spoedheroperaties en lapverlies. Percentages uit internetgroepen zijn zonder dezelfde patiëntselectie en definitie moeilijk te vergelijken.
DIEP versus implantaat
Een implantaatoperatie is meestal korter, heeft geen buiklitteken en vraagt aanvankelijk minder herstel van een donorplaats. Een prothese is echter lichaamsvreemd materiaal en kan kapselcontractuur, infectie, rimpeling, scheur of een toekomstige wissel geven. Bestraling vergroot sommige implantaatproblemen. Een DIEP-lap vraagt een grotere eerste investering in operatie en herstel, maar heeft geen prothese die kan slijten of vervangen moet worden.
Geen van beide opties is algemeen superieur. Een implantaat kan uitstekend passen bij een slanke patiënt met goede huid en voorkeur voor een kortere operatie. DIEP kan aantrekkelijk zijn voor wie eigen weefsel wil en voldoende buikdonorweefsel heeft. Ook een vlakke sluiting is een volwaardige keuze. Een goed consult vergelijkt niet alleen foto’s, maar ook narcoseduur, littekens, herstel, late revisies, bestraling en wat u persoonlijk als aanvaardbaar risico ziet.
Revisies, tepel en symmetrie
Na zes tot twaalf maanden kan een tweede, kleinere operatie worden overwogen. Mogelijkheden zijn vetinjecties voor de bovenpool, het verkleinen of liften van de andere borst, het corrigeren van littekenuiteinden en het verfijnen van de lap. Een tepel kan met lokale huid worden gevormd en de tepelhof kan medisch worden getatoeëerd. Deze stappen zijn optioneel en worden vaak na oncologische nabehandeling gepland.
Revisie betekent niet dat de eerste operatie mislukt is. Zwelling, bestraling en littekenrijping maken fijne vormcorrecties tijdens de hoofdoperatie onvoorspelbaar. Tegelijk is geen enkele patiënt verplicht tot een reeks ingrepen om “perfect” te worden. Bespreek vooraf welke onderdelen waarschijnlijk in één operatie lukken en welke later kunnen volgen. Dat maakt de totale tijdsinvestering realistischer.
Leven na een DIEP-reconstructie
Na herstel zijn gewone activiteiten, sport, slapen op de buik en reizen meestal weer mogelijk. De borst heeft geen implantaatcontrole nodig, maar de oncologische follow-up blijft afgestemd op uw oorspronkelijke diagnose. Bij een gereconstrueerde borst wordt niet automatisch dezelfde screeningsmammografie uitgevoerd als bij natuurlijk borstweefsel; uw eigen team bepaalt welke beeldvorming nodig is. Meld nieuwe knobbels, huidintrekkingen, aanhoudende zwelling of onverklaarde pijn.
Wennen aan twee operatiegebieden en een veranderd lichaamsbeeld kost tijd. Sommigen ervaren de zachte eigen borst als herstel van heelheid, anderen blijven verlies of gevoelloosheid voelen. Beide reacties zijn normaal. Vraag steun van een mammacareverpleegkundige, psycholoog, fysiotherapeut of lotgenoot wanneer dat helpt. Het doel van reconstructie is niet om kanker uit te wissen, maar om een vorm te maken waarmee u zo prettig mogelijk verder kunt leven.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt een DIEP-lap operatie?
De duur varieert per centrum en hangt af van één of twee borsten, eerdere operaties en aanvullende correcties. Reken op een langdurige narcose van meerdere uren. Uw chirurg kan een realistischer tijdsvenster geven voor uw situatie. Operatieduur alleen zegt niet genoeg; ervaring van het team, zorgvuldige vaatcontrole en veilig herstel zijn belangrijker.
Kan een DIEP-lap na een keizersnede?
Vaak wel. Een laag dwarse keizersnede onderbreekt niet automatisch de benodigde perforatoren. CT-angiografie kan het vaatverloop tonen. Een middenlijnlitteken, buikwandcorrectie of meerdere buikoperaties kan de beschikbare huid en doorbloeding sterker beïnvloeden. Neem operatieverslagen mee als die beschikbaar zijn.
Wordt mijn buik net zo strak als na een buikwandcorrectie?
De onderbuik wordt vaak vlakker doordat huid en vet worden verwijderd, maar DIEP is geen esthetische buikwandcorrectie. De prioriteit is een veilige lap en sterke sluiting van de buikwand. Navelpositie, littekenlengte en contour zijn daarom niet volledig vrij te kiezen.
Kan ik zwanger worden na een DIEP-lap?
Een zwangerschap is doorgaans mogelijk omdat de baarmoeder niet wordt geopereerd en de rechte buikspieren blijven zitten. De buikwand en littekens kunnen wel rekken en de borstvorm kan veranderen. Bespreek kinderwens vooraf; soms is uitstel of een andere donorplaats verstandiger.
Hoe groot wordt de nieuwe borst?
De veilige hoeveelheid buikweefsel, doorbloeding, borstkas en gewenste symmetrie bepalen het volume. Een cupmaat kan niet betrouwbaar worden gegarandeerd. Bij een dubbele reconstructie wordt het buikweefsel over twee borsten verdeeld. Later kan lipofilling of symmetriechirurgie de vorm verfijnen.
Wat moet ik direct melden na ontslag?
Neem volgens uw ontslaginstructies direct contact op bij koorts, toenemende roodheid, lekkage met vieze geur, een plots dikker of donkerder wordende borst, benauwdheid, pijn op de borst, een gezwollen kuit of snel erger wordende pijn. Wacht bij twijfel niet tot de volgende controle.
Bronnen en medische toelichting
Deze informatie sluit aan bij patiëntvoorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie, Borstkankervereniging Nederland, het Amerikaanse National Cancer Institute en de American Society of Plastic Surgeons. De Nederlandse richtlijn Borstreconstructie en de actuele oncologische planning van uw eigen multidisciplinaire team blijven leidend.
Laatste inhoudelijke revisie: 15 juli 2026. Deze informatie is bedoeld om een gesprek met uw eigen behandelteam voor te bereiden. De tekst vervangt geen persoonlijk onderzoek, multidisciplinair overleg, medische diagnose of geïnformeerde toestemming.