top of page
  • Youtube
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon

Oncoplastische borstsparende chirurgie

Directe oncoplastische reconstructie bij een borstsparende operatie

Kort antwoord: oncoplastische borstsparende chirurgie combineert het veilig verwijderen van borstkanker met directe plastisch-chirurgische vormcorrectie. Nadat de tumor met een rand gezond weefsel is weggenomen, wordt het defect tijdens dezelfde operatie opgevuld door borstweefsel te verplaatsen of door weefsel van vlak naast de borst in te draaien. Bij een lateraal defect kan bijvoorbeeld een LICAP-lap worden gebruikt. Het eerste doel blijft tumorvrije snijranden; de reconstructie helpt de contour, tepelpositie en symmetrie te behouden.

Een borstsparende behandeling bestaat meestal uit chirurgie gevolgd door radiotherapie. De borst kan na alleen een ruime lumpectomie intrekken, afplatten of vervormen, vooral wanneer relatief veel weefsel wordt verwijderd of de tumor ongunstig ligt. Oncoplastiek probeert dit vóór de bestraling te voorkomen. De techniek varieert van een beperkte verschuiving van lokaal borstweefsel tot een borstverkleining of een volume-replacement flap uit de zijwand. De keuze hangt af van tumorplaats, borstomvang, weefselkwaliteit en persoonlijke wensen.

Op deze pagina vindt u ook de LICAP-video, die laat zien hoe goed doorbloed huid- en vetweefsel uit de zijkant van de borstkas naar een lateraal borstdefect kan worden verplaatst. Een film verduidelijkt de route van de lap, maar is geen voorspelling van uw eigen operatie. Uw chirurg en radiotherapeut bepalen samen of de techniek oncologisch verantwoord is, hoe het tumorbed wordt gemarkeerd en of een tweede operatie nodig kan zijn wanneer de snijranden niet vrij blijken.

Wat betekent oncoplastische chirurgie?

“Onco” verwijst naar de behandeling van kanker en “plastisch” naar het herstellen of verplaatsen van weefsel. De operatie is dus geen cosmetische ingreep die na de tumorverwijdering wordt toegevoegd, maar één geïntegreerd plan. De oncologisch chirurg bepaalt welk weefsel moet worden verwijderd. De plastisch-chirurgische techniek sluit de ontstane ruimte zonder de borst onnatuurlijk in te trekken. Soms voert één borstchirurg beide onderdelen uit; soms opereren borst- en plastisch chirurg samen.

Oncoplastiek kan een grotere resectie mogelijk maken terwijl de borst behouden blijft, maar mag nooit worden gebruikt om een te krappe marge te rechtvaardigen. De patholoog onderzoekt het verwijderde weefsel. Als tumorcellen tot aan de snijrand lopen, kan een herexcisie of alsnog een borstamputatie nodig zijn. Dat risico bestaat ook wanneer de borst er direct na de operatie mooi uitziet.

Wanneer is directe reconstructie zinvol?

De kans op vervorming neemt toe wanneer een groot deel van het borstvolume wordt verwijderd, een volledig diep defect tot aan de borstspier ontstaat of de tumor in een cosmetisch kwetsbaar gebied ligt. Tumoren in het onderste of binnenste deel kunnen sneller een zichtbare deuk, afgeplatte borstplooi of verplaatste tepel geven. Bij grote of hangende borsten kan een oncoplastische verkleining juist zowel het tumorweefsel verwijderen als de borst opnieuw vormen.

Bij een klein defect in een stevige borst kan eenvoudige sluiting voldoende zijn. Meer chirurgie is dan niet automatisch beter. Een uitgebreide reconstructie voegt littekens, operatietijd en wondrisico toe en kan een heroperatie bij onvrije snijranden ingewikkelder maken. De beste techniek is de minst belastende ingreep die oncologische veiligheid, radiotherapieplanning en een aanvaardbare contour verenigt.

Volume displacement: eigen borstweefsel verplaatsen

Bij volume displacement wordt het overgebleven borstweefsel losgemaakt en naar het defect geschoven of gedraaid. Kleine klierweefselflappen kunnen een holte sluiten. Bij grotere resecties gebruikt de chirurg technieken uit borstlift of borstverkleining: de tepel blijft aan een doorbloede weefselsteel, overtollige huid wordt verwijderd en het resterende weefsel wordt opnieuw verdeeld. De behandelde borst wordt daardoor meestal kleiner en steviger.

Een operatie aan de andere borst kan symmetrie verbeteren. Dat kan tegelijk of na bestraling. Direct symmetriseren geeft vroeg evenwicht, maar de behandelde borst kan door radiotherapie later kleiner of stugger worden. Uitstellen geeft een stabieler uitgangspunt maar betekent een extra operatie. Uw voorkeur, cupmaat, nabehandeling en risico op wondproblemen wegen mee.

Volume replacement: weefsel van naast de borst

Wanneer de patiënt geen kleinere borst wenst of er onvoldoende borstweefsel overblijft om te verplaatsen, kan volume replacement geschikt zijn. De chirurg gebruikt dan huid en vet van de zijwand, onder de borst of rug. Het weefsel blijft aan zijn eigen bloedvaten verbonden en wordt naar de resectieholte gedraaid. Er is geen microchirurgische aansluiting nodig zoals bij een DIEP-lap.

Voorbeelden zijn LICAP-, LTAP-, AICAP- en MICAP-lappen, genoemd naar de bloedvaten die het weefsel voeden. De tumorplaats bepaalt welke donorzone het meest logisch is. Een laterale lap kan een defect aan de buitenzijde goed bereiken, terwijl een perforatorlap onder de borst een lager defect kan vullen. Het donorlitteken wordt zo mogelijk in de bh-lijn of natuurlijke plooi geplaatst.

Wat is een LICAP-lap?

LICAP staat voor lateral intercostal artery perforator. Kleine bloedvaten komen tussen de ribben door naar huid en vet aan de zijkant van de borstkas. De chirurg tekent een langwerpige lap in het gebied van de bh-band, zoekt één of meer perforatoren op en draait het weefsel naar de borst. De spier blijft meestal intact. De LICAP-lap is vooral bruikbaar voor defecten aan de buiten- en onderbuitenzijde van de borst.

De beschikbare rol huid en vet naast de borst bepaalt hoeveel volume kan worden vervangen. Bij een zeer slanke patiënt kan de lap te dun zijn; bij voldoende weefsel kan een relatief groot defect worden gevuld zonder de borst kleiner te maken. Het litteken loopt aan de zijkant en soms deels naar de rug. Gevoelloosheid, een plooi of asymmetrie van de zijwand kan blijven bestaan.

De LICAP-video op deze pagina

De video toont de anatomische logica van de LICAP-techniek: het donorweefsel wordt gepland naast de borst en blijft verbonden met perforatorvaten uit de tussenribruimte. Daarna wordt de lap door een onderhuidse route naar het lumpectomiedefect gebracht en zorgvuldig vastgezet. Let vooral op het verschil tussen het verwijderen van de tumor en het afzonderlijke modelleren van de borstcontour.

Uw operatie kan van de video afwijken. De grootte van de resectie, ligging van het litteken, aantal gebruikte perforatoren en hoeveelheid zichtbare huid zijn persoonlijk. Soms besluit de chirurg pas tijdens de operatie dat een andere lokale flap betrouwbaarder is. Gebruik de film om vragen te formuleren, niet om een exact litteken of resultaat af te leiden.

Planning door het multidisciplinaire team

Voor de operatie worden mammografie, echografie en zo nodig MRI gebruikt om de omvang van de afwijking te bepalen. De borstchirurg, radioloog, patholoog, radiotherapeut en plastisch chirurg moeten weten waar de tumor en eventuele calcificaties liggen. Bij niet-voelbare afwijkingen wordt een lokalisatietechniek gebruikt. Preoperatieve foto’s en tekeningen helpen tumorverwijdering en reconstructie op elkaar af te stemmen.

De radiotherapeut is belangrijk omdat verplaatst weefsel de oorspronkelijke resectieholte minder herkenbaar kan maken. Chirurgische clips aan de randen en op de diepte markeren het tumorbed voor eventuele boostbestraling. Een duidelijk operatieverslag beschrijft welk weefsel waarheen is verplaatst. Goede communicatie voorkomt dat alleen het nieuwe litteken als locatie van de oorspronkelijke tumor wordt gezien.

De operatie stap voor stap

Terwijl u rechtop staat tekent de chirurg borstcontour, tepelpositie, tumorlocatie en eventuele donorlap. Onder narcose wordt het tumorbevattende borstdeel in één stuk verwijderd en georiënteerd voor de patholoog. Soms wordt direct een röntgenfoto van het preparaat gemaakt. Na controle van de resectieholte worden clips geplaatst en kiest de chirurg de definitieve reconstructieve manoeuvre.

Bij displacement worden weefselpijlers losgemaakt, naar elkaar gebracht en in lagen gehecht. Bij een LICAP-lap wordt de lap met behoud van de perforatoren vrijgemaakt en naar de borst gedraaid. Een drain kan nodig zijn. De huid wordt zonder overmatige spanning gesloten. Als doorbloeding of resectieomvang anders blijkt dan verwacht, wordt het plan aangepast; oncologische veiligheid en betrouwbare wondgenezing blijven leidend.

Snijranden en de kans op een tweede operatie

De definitieve uitslag van de patholoog volgt pas na de operatie. Een vrije snijrand betekent dat er volgens de geldende definitie geen tumor tot aan de rand van het verwijderde weefsel komt. Bij een onvrije rand bespreekt het team aanvullende verwijdering. Door de reconstructie is het oorspronkelijke gebied soms verplaatst, maar clips, oriëntatie van het preparaat en een nauwkeurig verslag helpen de juiste plek terug te vinden.

Soms is een beperkte herexcisie mogelijk; in andere situaties is een borstamputatie oncologisch veiliger. Een goede eerste reconstructie kan die mogelijkheid niet uitsluiten. Vraag vóór de operatie wat het verwachte beleid is bij onvrije snijranden en of uitgebreide oncoplastiek eventueel wordt uitgesteld tot een snelle pathologie-uitslag. Dat voorkomt dat een onverwachte vervolgstap als een persoonlijk falen voelt.

Radiotherapie na oncoplastische chirurgie

Radiotherapie blijft in de meeste gevallen een essentieel onderdeel van borstsparende behandeling. Zij verlaagt de kans dat kanker lokaal terugkomt. De bestraling kan zwelling, roodheid en vermoeidheid veroorzaken en op langere termijn de borst steviger, kleiner of ongelijk maken. Het uiteindelijke cosmetische resultaat is daarom pas maanden na afronding van radiotherapie te beoordelen.

Een grotere of gelifte borst kan een gelijkmatigere dosisverdeling mogelijk maken, maar wondgenezing moet tijdig voldoende zijn. Een open wond kan de start vertragen. Het reconstructieplan houdt daarom rekening met risicofactoren zoals nicotine, diabetes en grote huidlappen. Bespreek huidverzorging en oefeningen met het bestralingsteam; gebruik geen producten op eigen initiatief vlak vóór een sessie.

Herstel en littekens

De duur van opname en herstel hangt af van de omvang. Na een beperkte verschuiving gaat u vaak snel naar huis; een bilaterale oncoplastische verkleining of LICAP-lap vraagt meer wondzorg. Zwelling, blauwe plekken, tijdelijk veranderd gevoel en trekkende littekens zijn gebruikelijk. Bij een zijwandlap kan slapen op de geopereerde zijde aanvankelijk ongemakkelijk zijn en kan de armbeweging strak voelen.

Littekens kunnen rond de tepel, verticaal, in de borstplooi of langs de bh-lijn lopen. Zij zijn eerst rood en stevig en rijpen gedurende maanden. Volg instructies voor bh, douchen, autorijden, tillen en schouderoefeningen. Neem contact op bij koorts, toenemende roodheid, vieze lekkage, plotselinge zwelling, benauwdheid of een donker wordende huidrand.

Mogelijke voordelen

Oncoplastiek kan een zichtbare deuk, vastgeplakte huid en sterke tepelverplaatsing voorkomen. Een ruimere oncologische resectie kan soms worden gecombineerd met behoud van de borst. Bij een oncoplastische verkleining kunnen zware borsten lichter worden en kan radiotherapie technisch eenvoudiger zijn. Een lokale perforatorlap voegt goed doorbloed, zacht weefsel toe zonder een implantaat of microchirurgische vrije lap.

Deze voordelen zijn kansen, geen garanties. Het uiteindelijke uiterlijk wordt ook bepaald door pathologie, radiotherapie, littekenreactie en natuurlijke asymmetrie. De operatie kan meer littekens geven dan een standaard lumpectomie. Bespreek daarom welk probleem de extra techniek bij ú probeert te voorkomen en hoe groot dat probleem zonder reconstructie waarschijnlijk zou zijn.

Risico’s en complicaties

Algemene risico’s zijn nabloeding, infectie, seroom, trombose en vertraagde wondgenezing. Borstspecifieke problemen zijn vetnecrose, een hard gebied, asymmetrie, tepelgevoelsverlies, gedeeltelijke huid- of tepelnecrose en contourverandering. Bij een perforatorlap kan een deel van de lap onvoldoende bloed krijgen. Volledig verlies is zeldzaam, maar een wond of vetnecrose kan radiotherapie vertragen.

Bij een borstverkleiningspatroon bestaat een kleine kans op blijvend verlies van tepeldoorbloeding en minder mogelijkheid tot borstvoeding. Een LICAP-donorplaats kan vocht, een breed litteken of een contourverschil geven. Nieuwe knobbels zijn vaak litteken of vetnecrose, maar moeten volgens het oncologische plan worden onderzocht. Neem nooit zelf aan dat een verandering “van de reconstructie” komt.

Oncoplastiek versus borstamputatie

Een geslaagde borstsparende behandeling behoudt een groot deel van de eigen borst en huid. Daar staat meestal radiotherapie tegenover en er blijft een kans op herexcisie. Een borstamputatie verwijdert meer borstweefsel maar maakt bestraling niet altijd overbodig en garandeert niet dat kanker nooit terugkomt. Reconstructie na mastectomie is bovendien een andere, vaak grotere operatie.

De keuze is oncologisch en persoonlijk. Borstbehoud is niet minder moedig en amputatie is niet automatisch veiliger voor iedere tumor. Tumoromvang ten opzichte van de borst, genetische aanleg, meerdere afwijkingen, eerdere radiotherapie en persoonlijke voorkeur spelen mee. Vraag uw team om absolute verschillen in lokale controle en vervolgbehandeling voor uw diagnose uit te leggen.

Correcties na radiotherapie

Pas wanneer bestralingseffecten en littekens stabiel zijn, kan een restdeuk of asymmetrie worden beoordeeld. Kleine contourdefecten kunnen soms met lipofilling worden verzacht. Een lift of verkleining van de andere borst kan balans verbeteren. Correctie in bestraald weefsel heeft een hoger wondrisico en wordt daarom zorgvuldig getimed. Soms is accepteren van een beperkt verschil veiliger dan nog een grote operatie.

Een medische tatoeage, littekentherapie of aangepaste bh kan eveneens helpen zonder grote reconstructie. Het doel is niet perfecte spiegeling, maar een borstvorm waarmee u comfortabel kunt leven. Vraag foto’s van resultaten na radiotherapie, niet alleen vroege foto’s vóór bestraling. Dat geeft een eerlijker beeld van de lange termijn.

Gevoel, borstvoeding en dagelijks functioneren

Het gevoel in huid en tepel kan na lumpectomie, weefselverplaatsing en radiotherapie verminderen of juist tijdelijk overgevoelig worden. Een grotere oncoplastische verkleining doorsnijdt meer zenuwtakken dan een kleine lokale verschuiving. Herstel kan maanden duren en is niet volledig te voorspellen. Bescherm een gevoelloze borst tegen hitte en meld brandende of elektrische pijn die het dagelijks leven belemmert.

Borstvoeding kan na een borstsparende operatie soms nog mogelijk zijn, maar verwijdering van klierweefsel, verplaatsing van de tepel en radiotherapie verminderen de melkproductie aan de behandelde zijde. De andere borst kan vaak melk geven. Bespreek kinderwens vóór een bilaterale symmetrieoperatie en vraag na een bevalling vroeg begeleiding van een lactatiekundige. De kankerbehandeling en veiligheid van medicatie blijven leidend.

Vragen voor uw consult

Vraag hoeveel borstvolume naar verwachting wordt verwijderd, waarom een standaard sluiting wel of niet voldoende is en welke techniek bij de tumorplaats past. Laat op uw eigen borst tekenen waar de littekens kunnen komen. Vraag of de behandelde borst kleiner wordt, of de andere borst tegelijk wordt geopereerd en hoe een eventuele herexcisie wordt uitgevoerd.

Vraag specifiek naar clips in het tumorbed, overleg met de radiotherapeut, de kans op wondproblemen die bestraling vertragen en ervaring met LICAP of andere perforatorlappen. Bespreek ook het noodplan als tijdens de operatie meer weefsel moet worden verwijderd. Een duidelijk plan A én plan B geeft vaak meer rust dan één ideaal scenario.

Veelgestelde vragen

Is oncoplastische chirurgie alleen een cosmetische behandeling?

Nee. Het is een geïntegreerde kanker- en reconstructieoperatie. Tumorvrije snijranden en passende radiotherapie staan voorop. De plastisch-chirurgische technieken proberen tegelijk een ernstige contourafwijking te voorkomen. Een mooier uiterlijk mag nooit ten koste gaan van oncologische veiligheid.

Wat is het verschil tussen LICAP en een DIEP-lap?

Een LICAP-lap blijft via perforatorvaten aan de zijwand verbonden en vult meestal een gedeeltelijk borstdefect; er is geen microchirurgische aansluiting. Een DIEP-lap wordt volledig losgemaakt van de buik, microchirurgisch aangesloten en kan een hele borst na mastectomie reconstrueren.

Heb ik na oncoplastiek nog radiotherapie nodig?

Meestal wel, omdat oncoplastiek onderdeel is van een borstsparende behandeling. Alleen uw radiotherapeutisch en oncologisch team kan op basis van diagnose, leeftijd, snijranden en andere kenmerken bepalen welk schema nodig is. Een reconstructie vervangt bestraling niet.

Kan de kanker terugkomen doordat weefsel wordt verplaatst?

Weefselverplaatsing veroorzaakt geen kanker. Lokale terugkeer hangt vooral samen met tumorbiologie, snijranden en aanvullende behandeling. Clips en een goed operatieverslag helpen latere beoordeling. Iedere nieuwe knobbel of huidverandering moet wel zorgvuldig worden onderzocht.

Worden beide borsten geopereerd?

Niet altijd. Bij een eenzijdige lumpectomie kan alleen de behandelde borst worden gereconstrueerd. Bij een oncoplastische verkleining kan een gelijktijdige of latere verkleining van de andere borst symmetrie verbeteren. De gezonde borst opereren is een keuze met eigen littekens en risico’s.

Wanneer zie ik het definitieve resultaat?

De eerste vorm verandert door afname van zwelling en daarna door radiotherapie. Littekenrijping en krimp duren maanden. Vaak wordt het resultaat pas zes tot twaalf maanden na afronding van bestraling betrouwbaar beoordeeld. Een eventuele correctie wordt meestal pas daarna gepland.

Bronnen en medische toelichting

Deze pagina sluit aan bij de Nederlandse Richtlijnendatabase voor oncoplastische borstsparende chirurgie en patiëntvoorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie. De beschrijving van LICAP is bedoeld als algemene uitleg; tumorvrije snijranden, markering van het tumorbed en radiotherapieplanning worden altijd door het eigen multidisciplinaire borstteam bepaald.

Laatste inhoudelijke revisie: 15 juli 2026. Deze informatie is bedoeld om een gesprek met uw eigen behandelteam voor te bereiden. De tekst vervangt geen persoonlijk onderzoek, multidisciplinair overleg, medische diagnose of geïnformeerde toestemming.

Neem Contact Op
Verbind met ons
Beleid
Abonneren

Dr. M. Foumani, MD

Facebook

Instagram

Youtube

Algemene Voorwaarden

Privacybeleid

Toegankelijkheidsverklaring

Breastreconstructionsurgeon.com

© 2026 Borstreconstructie Chirurg

bottom of page