Latissimus-dorsi borstreconstructie
Latissimus-dorsi borstreconstructie met weefsel van de rug
Kort antwoord: bij een latissimus-dorsi borstreconstructie wordt de brede rugspier, vaak samen met een eiland huid en vet, via de oksel naar de borstkas gedraaid. De belangrijkste bloedvaten blijven verbonden; er is meestal geen microchirurgische vaataansluiting nodig. Omdat de lap alleen vaak onvoldoende volume geeft, wordt zij regelmatig gecombineerd met een implantaat of tissue-expander. Bij geselecteerde patiënten kan rugvet, eventueel aangevuld met lipofilling, genoeg zijn voor een kleinere borst.
De methode brengt goed doorbloed weefsel naar een borstkas die dun, verlittekend of bestraald kan zijn. Zij kan daarom waardevol zijn wanneer een implantaat alleen onvoldoende bedekking heeft of een eerdere reconstructie is mislukt. Daar staat een litteken op de rug, kans op langdurig wondvocht en mogelijk verlies van kracht of uithoudingsvermogen bij bepaalde schouderbewegingen tegenover. De rugspier is groot, maar andere spieren kunnen veel functies gedeeltelijk overnemen.
Deze patiëntengids legt uit wanneer een latissimus-lap wordt gekozen, hoe de spier wordt verplaatst, wat een “extended” lap betekent en hoe herstel van borst én rug verloopt. U leest ook over animation deformity, seroom, implantaatrisico’s en fysiotherapie. De uiteindelijke keuze hangt af van oncologische behandeling, eerdere bestraling, donorweefsel, beroep, sport en persoonlijke voorkeur.
Wat is de latissimus-dorsispier?
De musculus latissimus dorsi is een brede, waaiervormige spier over de midden- en onderrug. Hij loopt naar de bovenarm en helpt bij het naar achteren, naar binnen en omlaag bewegen van de arm. De spier wordt gevoed door de thoracodorsale slagader en ader in de oksel. Bij de reconstructie blijven deze vaten verbonden en fungeert de spier als gesteelde lap.
De lap wordt onder de huid van de oksel naar de voorkant getunneld. De spier bedekt het borstgebied of een implantaat; een meegestuurd huideiland kan verloren borsthuid vervangen. Omdat geen vrije lap volledig wordt losgenomen, is microchirurgie meestal niet nodig. Toch vraagt de operatie nauwkeurige dissectie rond bloedvaten en zenuwen en een zorgvuldige sluiting van de grote donorruimte op de rug.
Wanneer kan deze rugspierlap geschikt zijn?
De techniek kan passen wanneer de huid op de borstkas te dun of beschadigd is voor een implantaat alleen, vooral na radiotherapie. Ook na infectie, blootliggen of verlies van een prothese kan goed doorbloed rugweefsel een nieuwe reconstructie mogelijk maken. Bij patiënten zonder voldoende buikweefsel of wanneer microchirurgie niet gewenst of medisch te belastend is, kan de latissimus een betrouwbaar alternatief zijn.
De keuze vraagt extra aandacht bij beroepen en sporten die veel trekkracht van de schouder vragen, zoals klimmen, roeien, zwemmen of rolstoelgebruik. Een eerdere okseloperatie kan de thoracodorsale vaten beschadigd hebben. Lichamelijk onderzoek en soms beeldvorming of een dopplertest beoordelen littekens, rugvet en vaatroute. Een beschadigde zenuw of vaatsteel kan de techniek ongeschikt maken.
Met implantaat, expander of alleen eigen weefsel
De klassieke latissimuslap is relatief dun en wordt vaak over een implantaat gelegd. De spier en huid geven extra bedekking en brengen doorbloeding naar een kwetsbaar gebied. Een definitief implantaat kan direct worden geplaatst of eerst een expander om huid en lap geleidelijk op te rekken. Alle implantaatrisico’s, zoals kapselcontractuur, infectie, scheur en latere wissel, blijven dan relevant.
Bij een extended latissimus-lap neemt de chirurg meer vet van de rug mee om zonder prothese meer volume te maken. Dit is vooral geschikt voor een kleine tot middelgrote borst en voldoende donorvet. Latere lipofilling kan de vorm aanvullen. Meer weefsel meenemen kan echter de donorholte en kans op seroom vergroten. Een prothesevrije uitkomst is dus niet voor iedere lichaamsbouw haalbaar.
Directe of uitgestelde reconstructie
De rugspierlap kan direct na de borstamputatie worden uitgevoerd. De oorspronkelijke borsthuid en soms de tepel blijven behouden als dat oncologisch veilig is. De lap vult de envelop en kan een prothese bedekken. Bij directe reconstructie moet rekening worden gehouden met nog onbekende definitieve pathologie en mogelijke radiotherapie, die huid en kapsel later kan veranderen.
Bij uitgestelde reconstructie vervangt het huideiland vaak een deel van de strakke of bestraalde borsthuid. Het zichtbaar verschil in kleur en structuur kan groter zijn, maar het nieuwe weefsel maakt een gesloten, zachte borstvorm mogelijk. De operatie kan maanden of jaren na de kankerbehandeling plaatsvinden. Timing wordt afgestemd op herstel, ziektecontrole en eventuele eerdere implantaatinfectie.
Voorbereiding en markering
De chirurg beoordeelt de borstkas, oksel en rug terwijl u zit of staat. Het huideiland wordt horizontaal, schuin of soms verticaal gepland, liefst zo dat een bh het litteken bedekt. De hoeveelheid huid hangt af van het borstdefect. Een bestaand ruglitteken kan de doorbloeding of het ontwerp veranderen. Foto’s en markeringen leggen de natuurlijke borstplooi en gewenste volume vast.
Stop nicotine volgens de instructies van het centrum. Meld eerdere okselklieroperaties, schouderletsels en beperkingen. Een fysiotherapeutische nulmeting kan zinvol zijn bij zwaar bovenhands werk of sport. Regel thuis hulp, omdat u zowel borst- als rugwonden heeft en de arm aanvankelijk niet krachtig mag gebruiken. Bespreek drains en de mogelijkheid dat rugvocht meerdere keren moet worden aangeprikt.
De operatie stap voor stap
Onder narcose wordt het huid- en vetdeel van de lap met de onderliggende latissimusspier vrijgemaakt. De aanhechting aan de bovenarm kan geheel of gedeeltelijk worden losgemaakt, afhankelijk van techniek en gewenste spanning. De thoracodorsale vaatsteel blijft intact. Via een tunnel onder de okselhuid wordt de lap naar de borst gebracht zonder knik of druk op de vaten.
Op de borst wordt de spier uitgespreid en vastgezet. Een huideiland vervangt ontbrekende huid; bij een implantaat vormt de lap extra bedekking. De rugwond wordt in lagen gesloten en vaak worden meerdere drains achtergelaten. Ook in de borst kan een drain komen. De chirurg controleert armpositie, borstplooi en spanning voordat de huid wordt gesloten.
Het litteken en de contour van de rug
Het ruglitteken kan onder de bh-band vallen, maar lichaamsbouw en lappositie bepalen de werkelijke zichtbaarheid. Het is vaak langer dan patiënten verwachten. Aanvankelijk kan de rug strak, doof of gezwollen voelen. Littekenrijping duurt maanden. Een verbreed litteken, huidoverschot aan het uiteinde of verkleving aan diepere lagen kan de contour beïnvloeden.
De donorzijde kan platter worden en een kleine asymmetrie geven. Bij een extended flap wordt meer vet verwijderd, waardoor een deuk of verschil met de andere kant duidelijker kan zijn. Gewichtsschommeling verandert de resterende rugrollen. Een correctie met littekenrevisie of liposuctie is soms mogelijk, maar voegt nieuwe risico’s toe en wordt pas na volledige genezing overwogen.
Seroma: wondvocht op de rug
Wondvocht in de grote ruimte onder de rughuid is één van de meest voorkomende problemen na een latissimuslap. Drains verminderen vocht, maar kunnen productie niet altijd voorkomen. Na verwijdering kan een zachte, golvende zwelling ontstaan. Kleine seromen worden geobserveerd; grotere of gespannen collecties kunnen poliklinisch met een naald worden aangeprikt, soms meerdere keren.
Een seroom is meestal niet gevaarlijk, maar kan druk, lekkage, infectie of een langer herstel geven. Chirurgen gebruiken verschillende technieken, zoals interne hechtingen, om de ruimte te verkleinen. Neem contact op bij snelle toename, roodheid, koorts of veel pijn. Draag compressie alleen als uw eigen team dit adviseert; te sterke druk kan de huid irriteren.
Schouderfunctie en spierkracht
De latissimus helpt bij trekken, klimmen, zwemmen en het lichaam opdrukken uit een stoel. Na verplaatsing nemen andere spieren veel dagelijkse functies over. De meeste patiënten kunnen normaal aankleden, autorijden en huishoudelijke activiteiten hervatten. Toch kunnen meetbare kracht- of uithoudingsverschillen blijven bestaan, vooral bij herhaalde krachtige bewegingen of topsport.
Stijfheid ontstaat ook door pijn, littekens en beschermend bewegen. Vroege, gecontroleerde oefeningen en later gerichte krachtopbouw zijn belangrijk. Te vroeg zwaar trainen kan vochtproductie en wondproblemen vergroten. Een fysiotherapeut beoordeelt schouderbladstand, bewegingsbereik en compensatie. Meld toenemende zwakte, vleugelen van het schouderblad of langdurige zenuwpijn.
Animation deformity en spiersamentrekkingen
Omdat de spier verplaatst maar soms nog zenuwgestuurd is, kan hij samentrekken wanneer u de arm gebruikt. De borst kan dan bewegen, hard worden of van vorm veranderen. Sommige patiënten merken alleen een kleine rimpel; anderen ervaren pijnlijke spasmen of hinder tijdens sporten. Dit wordt animation deformity genoemd en kan ook voorkomen bij implantaten onder de borstspier.
De zenuw kan tijdens de oorspronkelijke operatie worden doorgenomen of later worden behandeld, maar dat heeft voor- en nadelen en voorkomt niet altijd alle beweging. Medicatie, fysiotherapie, injectiebehandeling of een operatie kan bij ernstige klachten worden besproken. Vraag vooraf welk beleid uw chirurg hanteert en hoe vaak relevante animatie in de eigen praktijk voorkomt.
Herstel in het ziekenhuis en thuis
Na de operatie ligt u zo dat er geen langdurige druk op de vaatsteel of rugwond ontstaat. Pijn zit zowel op borst als rug en kan trekken bij armbeweging. U krijgt pijnstilling en trombosepreventie en begint vroeg met lopen. Drains blijven vaak langer dan bij een implantaat alleen, omdat de rug veel wondvocht kan produceren. De opnameduur verschilt per combinatie en gezondheid.
Thuis vermijdt u zwaar tillen, krachtige trekkende bewegingen en een zeer hoge armpositie tot het team dit vrijgeeft. Korte wandelingen en voorgeschreven schouderoefeningen worden geleidelijk uitgebreid. Bureauwerk kan na enkele weken lukken; fysiek werk vraagt vaak langer. Vermoeidheid kan aanzienlijk zijn, zeker wanneer de operatie volgt op chemo- of radiotherapie.
Bestraling en de latissimuslap
De lap kan gezond, goed doorbloed weefsel naar een bestraalde borstkas brengen en zo een implantaat beter bedekken. Bestraling blijft echter een risicofactor voor kapselcontractuur en huidstugheid als een prothese wordt gebruikt. Het eigen rugweefsel kan eveneens krimpen of verharden. Een latissimuslap maakt de effecten van radiotherapie dus kleiner of beter behandelbaar, maar heft ze niet op.
Wanneer bestraling na de reconstructie waarschijnlijk is, bespreekt het team timing en alternatief eigen weefsel. Soms wordt een expander geplaatst en na radiotherapie vervangen. In andere situaties wordt de definitieve rugspierlap uitgesteld. Oncologisch noodzakelijke radiotherapie krijgt altijd prioriteit. De reconstructieve strategie moet de start ervan niet onnodig vertragen.
Risico’s en complicaties
Naast seroom zijn nabloeding, infectie, wondopening, huidnecrose, vetnecrose en problemen met de lapdoorbloeding mogelijk. Volledig lapverlies is ongebruikelijk omdat de vaatsteel verbonden blijft, maar kan optreden bij beschadiging of knik. Een huideiland kan gedeeltelijk afsterven. Rond een implantaat kunnen infectie, blootliggen, kapselcontractuur, rimpeling en verplaatsing ontstaan.
Op langere termijn zijn chronische rugpijn, gevoelsverlies, zwakte, contourverschil, animation deformity en littekenproblemen mogelijk. Algemene risico’s zijn trombose en narcosecomplicaties. Nicotine, diabetes, hoge BMI en eerdere bestraling beïnvloeden het risico. Vraag niet alleen naar lapverlies, maar ook naar seroombehandeling, schouderrevalidatie en implantaatrevisies.
Vergelijking met DIEP en implantaat alleen
Een DIEP-lap levert doorgaans meer zacht eigen vet en spaart de rugspier, maar vraagt microchirurgie, voldoende buikweefsel en een langere operatie. Een implantaat alleen is korter en vermijdt een ruglitteken, maar heeft bij dunne of bestraalde huid minder biologische bedekking. De latissimus bevindt zich tussen deze opties: een betrouwbare gesteelde lap, vaak met een implantaat voor volume.
Welke afweging het zwaarst weegt is persoonlijk. Een klimmer kan spierbehoud prioriteren; iemand met een beschadigde borstkas en zonder buikoptie kan juist veel baat hebben bij de ruglap. Vraag om een vergelijking van totale operatieduur, donorplaatsklachten, waarschijnlijk aantal revisies en gevolgen van bestraling. Een vlakke sluiting of lipofilling kan eveneens worden besproken.
Vervolgcorrecties en tepelreconstructie
Na stabilisatie kunnen lipofilling, littekencorrectie of aanpassing van het implantaat de vorm verbeteren. De andere borst kan worden gelift of verkleind. Een tepel kan met lokale huid worden gevormd en de tepelhof kan later medisch worden getatoeëerd. Vaak wordt hiermee gewacht tot bestraling en zwelling zijn afgerond.
Revisies zijn mogelijkheden, geen verplicht stappenplan. Iedere operatie geeft opnieuw herstel en kans op wondproblemen. Bespreek vóór de hoofdoperatie welke aanvullende ingrepen waarschijnlijk zijn, zeker bij een expander of duidelijke asymmetrie. Zo krijgt u een beeld van het hele traject in plaats van alleen de eerste opnamedag.
Praktische tips voor slapen, kleding en reizen
De rugwond en borst maken een comfortabele slaaphouding in het begin lastig. Extra kussens achter de rug en onder de arm kunnen trekken verminderen, zolang geen harde druk op de lap of vaatsteel ontstaat. Kies wijde kleding die voor sluit en vermijd een strakke bh-band precies op het ruglitteken. Volg altijd het specifieke bh- en compressieadvies van uw team.
Plan een lange autorit of vliegreis pas wanneer wonden stabiel zijn, drains verwijderd of veilig hanteerbaar zijn en u regelmatig kunt bewegen. Tromboserisico hangt af van operatieduur, kankerbehandeling en persoonlijke factoren. Bespreek steunkousen of antistolling met uw arts. Draag bij een implantaat uw registratiegegevens en noteer contactgegevens van het behandelcentrum.
Leven met de reconstructie
Na volledige genezing zijn dagelijkse activiteiten en recreatieve sport meestal goed mogelijk. De borst voelt vaak zachter dan een implantaat alleen, maar gevoelloosheid na de borstamputatie blijft. De rug kan bij lang zitten of bepaalde armbewegingen trekken. Gerichte training en een goede werkhouding helpen. Een implantaat vraagt aandacht voor late hardheid, zwelling of vormverandering.
Oncologische controle blijft afgestemd op uw oorspronkelijke diagnose. Meld nieuwe knobbels, huidveranderingen, een laat ontstane dikke borst of okselklier. Bewaar implantaatgegevens indien een prothese is gebruikt. De reconstructie kan duurzaam zijn, maar het lichaam, het eigen weefsel en een eventueel implantaat veranderen met de tijd.
Veelgestelde vragen
Wordt de hele rugspier verwijderd?
De spier wordt niet uit het lichaam verwijderd maar voor een groot deel vrijgemaakt en naar de borst gedraaid terwijl de vaatsteel verbonden blijft. De precieze aanhechtingen en zenuwbehandeling verschillen per techniek. Daardoor kan enige krachtverandering optreden, vooral bij specifieke trekkende bewegingen.
Heb ik altijd een implantaat nodig?
Nee, maar vaak wel voor voldoende volume. Bij een kleine gewenste borst en genoeg rugvet kan een extended latissimuslap of latere lipofilling zonder prothese mogelijk zijn. Uw lichaamsbouw en gewenste omvang bepalen wat realistisch is.
Waar komt het ruglitteken?
Meestal loopt het horizontaal of schuin in de zone van de bh-band, maar tumordefect, huidbehoefte en anatomie bepalen de exacte plek. Neem uw gebruikelijke bh mee naar het consult zodat de chirurg kan laten zien wat wel en niet bedekt wordt.
Kan ik na de operatie nog zwemmen of klimmen?
Veel patiënten hervatten recreatieve sport, maar krachtige trekkende sporten kunnen merkbaar anders voelen. Gerichte fysiotherapie en geleidelijke training zijn belangrijk. Bespreek vóór de operatie het niveau en de bewegingen die voor uw beroep of sport essentieel zijn.
Waarom ontstaat zo vaak wondvocht op de rug?
Na het losmaken van de brede spier blijft een grote ruimte achter waarin lymfe- en wondvocht zich kan verzamelen. Drains en interne hechtingen verminderen dit, maar voorkomen het niet altijd. Het vocht kan zo nodig veilig worden aangeprikt en verdwijnt meestal na verloop van tijd.
Kan de lap worden gebruikt na radiotherapie?
Ja, dat is een belangrijke indicatie omdat de lap gezond doorbloed weefsel toevoegt. Als ook een implantaat wordt gebruikt, blijft bestraling een risicofactor voor kapselcontractuur en wondproblemen. Het team beoordeelt huidkwaliteit en alternatieve eigen-weefselopties.
Bronnen en medische toelichting
Deze uitleg sluit aan bij de Nederlandse Richtlijnendatabase over borstreconstructie met de latissimus-dorsispier, informatie van Borstkankervereniging Nederland en internationale patiëntvoorlichting van het National Cancer Institute en de American Society of Plastic Surgeons. Persoonlijke schouderfunctie en implantaatgebruik worden met uw behandelteam beoordeeld.
Laatste inhoudelijke revisie: 15 juli 2026. Deze informatie is bedoeld om een gesprek met uw eigen behandelteam voor te bereiden. De tekst vervangt geen persoonlijk onderzoek, multidisciplinair overleg, medische diagnose of geïnformeerde toestemming.