top of page
  • Youtube
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon

Lipofilling bij een gedeeltelijk borstdefect

Lipofilling voor een gedeeltelijk borstdefect na borstsparende behandeling

Kort antwoord: lipofilling kan een deuk, ingetrokken litteken of lokaal volumetekort na een borstsparende operatie verzachten. De plastisch chirurg haalt vet met liposuctie uit buik, flanken of benen en injecteert het in zeer kleine hoeveelheden rond het defect. Het vet vervangt geen verwijderd borstklierweefsel met dezelfde structuur, maar kan de contour en soms de soepelheid van bestraalde huid verbeteren. Vaak zijn één of meer sessies nodig omdat niet al het vet blijvend overleeft.

Een gedeeltelijk borstdefect ontstaat door de verhouding tussen het verwijderde tumorvolume en de resterende borst, de plaats van de tumor, littekenverkleving en krimp na radiotherapie. Een klein defect kan in bh nauwelijks zichtbaar zijn maar zonder kleding veel impact hebben. Lipofilling is vooral geschikt voor begrensde contourproblemen; bij een groot tekort, sterk verplaatste tepel of ernstig vervormde borst kan een lokale perforatorlap, oncoplastische correctie of andere reconstructie meer structuur bieden.

Deze pagina legt uit hoe het litteken wordt losgemaakt, hoeveel vet veilig per sessie kan worden geplaatst, hoe beeldvorming vetnecrose herkent en wanneer correctie na bestraling wordt gepland. De oncologische follow-up blijft leidend. Een nieuwe deuk of knobbel wordt eerst medisch beoordeeld voordat deze als cosmetisch gevolg van behandeling wordt gecorrigeerd.

Hoe ontstaat een gedeeltelijk borstdefect?

Bij een lumpectomie wordt de tumor met een veiligheidsmarge verwijderd. Wanneer de resterende weefselranden eenvoudig worden gesloten, kan een lege ruimte ontstaan of kan huid aan de borstspier vastgroeien. Radiotherapie veroorzaakt later extra krimp en stugheid. Het resultaat kan een deuk, afgeplatte onderpool, asymmetrisch decolleté, omhooggetrokken borstplooi of verplaatste tepel zijn.

De ernst hangt niet alleen af van het absolute verwijderde volume. Een kleine resectie in het binnenste bovenkwadrant kan opvallender zijn dan een grotere resectie aan de buitenzijde. Huidkwaliteit, borstomvang, littekenroute en infectie spelen mee. Voor correctie moet duidelijk zijn welk onderdeel volume mist en welk onderdeel door een verkort litteken wordt getrokken.

Wat kan lipofilling wel en niet corrigeren?

Vet kan een lokale kuil vullen, scherpe overgangen verzachten, de bovenpool aanvullen en een vast litteken meer glijruimte geven. Het is soepel en lichaamseigen en kan in fijne laagjes worden verdeeld. Bij lichte tot matige asymmetrie kan dit een duidelijk verschil geven zonder lang nieuw litteken. Ook pijn door een strak litteken kan bij sommige patiënten verbeteren, al is dat niet gegarandeerd.

Lipofilling kan een sterk verkeerd staande tepel, een ontbrekende borstplooi of grote huidtekort niet altijd herstellen. Een grote bolus vet overleeft niet veilig en huid die door bestraling weinig rek heeft begrenst het volume. Wanneer de borst als geheel te klein is, kan verkleining van de andere borst of een lokale lap beter passen. Een goed plan behandelt de oorzaak en niet alleen de zichtbare schaduw.

Eerst oncologische beoordeling

Voor een reconstructieve correctie moet het behandelteam weten dat er geen verdachte verandering is. Lichamelijk onderzoek en recente mammografie, echografie of MRI kunnen nodig zijn, afhankelijk van leeftijd, diagnose en klachten. Een nieuw ingetrokken gebied, huidverandering of knobbel wordt niet zonder onderzoek volgespoten. Bij twijfel gaat diagnose vóór esthetiek.

De pathologie van de oorspronkelijke tumor, snijranden, radiotherapie en tijd sinds behandeling worden besproken. Er bestaat niet voor iedereen één verplichte wachttijd. Sommige teams corrigeren na stabiele follow-up; andere wachten langer bij een hoger oncologisch risico. De beslissing wordt in overleg met borstchirurg, radioloog en plastisch chirurg genomen.

Timing na radiotherapie

De borst verandert maanden na bestraling. Zwelling kan afnemen terwijl littekenweefsel juist verder samentrekt. Te vroege correctie kan daardoor later opnieuw asymmetrisch worden. Meestal wordt gewacht totdat acute huidreacties verdwenen zijn en de contour relatief stabiel is. De exacte periode hangt af van bestralingsschema, wondgenezing en oncologische planning.

Bestraalde huid heeft minder haarvaten en kan vet minder voorspelbaar opnemen. Daarom wordt voorzichtig begonnen en kan meer dan één sessie nodig zijn. Tegelijk ervaren chirurgen vaak dat goed ingegroeid vet de huid zachter en beweeglijker maakt. Dit klinische effect varieert en mag niet als herstel van alle bestralingsschade worden beloofd.

Voor wie kan de behandeling geschikt zijn?

Een geschikte patiënt heeft een stabiel lokaal defect, voldoende donorvet en realistische verwachtingen over meerdere stappen. De huid moet gesloten zijn zonder actieve infectie. Nicotine, slecht ingestelde diabetes en ernstige vaatproblemen verhogen het risico op wond- en vetoverlevingsproblemen. Een stabiel gewicht helpt de uitkomst beoordelen en behouden.

Zeer dunne patiënten kunnen soms kleine hoeveelheden uit meerdere zones doneren, maar agressieve liposuctie kan lelijke deuken geven. Bij een groot volumetekort kan de beschikbare voorraad onvoldoende zijn. Ook angst voor nieuwe knobbels op controlebeelden verdient bespreking; uitleg door een borstradioloog kan helpen voordat u beslist.

Onderzoek van borst en donorplaatsen

De chirurg bekijkt de borst staand, met armen omlaag en omhoog. Zo wordt zichtbaar of de deuk door volumetekort, huidverkleving of spierbeweging verandert. De positie van tepel en borstplooi wordt vergeleken. Een foto of driedimensionale scan kan de planning ondersteunen, maar aanraken blijft nodig om stugheid en weefseldikte te beoordelen.

Buik, flanken, heupen en benen worden onderzocht op vetverdeling en huidelasticiteit. De gekozen donorzone moet genoeg vet leveren zonder opvallend contourverlies. Bij één kleine correctie kan een beperkte oogst volstaan; voor herhaalde behandelingen is een langetermijnplan nodig. Eerdere liposuctie kan littekens en oogstkwaliteit beïnvloeden.

Losmaken van een ingetrokken litteken

Een diep vastzittend litteken moet vaak eerst voorzichtig met een naald, canule of kleine incisie worden losgemaakt: subcisie. Daardoor ontstaat ruimte en kan de huid weer bewegen. Alleen vet boven op een strakke band injecteren kan de deuk onvoldoende corrigeren. De chirurg zoekt een balans tussen voldoende losmaken en behoud van doorbloeding in bestraalde huid.

Na subcisie kan tijdelijk extra bloeduitstorting of zwelling ontstaan. Een te agressieve release kan huid te dun maken of een holte vormen. Soms wordt het litteken chirurgisch geopend en opnieuw gesloten, eventueel gecombineerd met vet. De gekozen aanpak hangt af van diepte, huidkwaliteit en plaats ten opzichte van de oorspronkelijke tumor.

Vet oogsten en verwerken

Via kleine insteekopeningen wordt verdunde vloeistof in de donorzone gebracht. Met fijne canules zuigt de chirurg vet onder gecontroleerde druk weg. Daarna worden bloed, olie en overtollig vocht verwijderd door filtratie, bezinking of centrifugatie. Het doel is schoon, zo min mogelijk beschadigd vet dat gemakkelijk in kleine druppels kan worden teruggebracht.

De methode van verwerking verschilt per centrum en er is niet één merk dat alle andere technieken in iedere situatie overtreft. Belangrijk zijn steriel werken, gelijkmatige oogst en atraumatische injectie. De toegangslittekens zijn klein maar blijvend. Donorplaatsen krijgen compressiekleding; de borst zelf wordt meestal niet hard samengedrukt.

Injecteren in meerdere lagen

De chirurg brengt vet in dunne tunnels aan terwijl de canule wordt teruggetrokken. De druppels worden verdeeld onder de huid, rond het litteken, in de borstspier of tussen goed doorbloede lagen, afhankelijk van anatomie. Injectie in een bestaande tumorholte zonder weefselcontact zou slechte overleving geven. Het patroon lijkt daarom op een driedimensionaal raster en niet op het vullen van een ballon.

De weerstand van het weefsel bepaalt wanneer de sessie moet stoppen. Een zeer gespannen, bleke huid betekent dat meer volume niet veilig is. De borst wordt bewust iets voller gemaakt omdat zwelling en vetopname nog afnemen, maar overcorrectie heeft grenzen. Een tweede behandeling na stabilisatie is veiliger dan één te grote injectie.

Hoeveel vet blijft behouden?

Het blijvende volume verschilt per patiënt, zone en sessie. Een deel wordt in de eerste maanden door het lichaam opgenomen. Bestraald, littekenrijk weefsel kan minder capaciteit hebben dan een zachte, goed doorbloede borst. Exacte overlevingspercentages uit studies zijn gemiddelden en geen persoonlijke garantie. Het resultaat wordt pas na enkele maanden betrouwbaar beoordeeld.

Overlevend vet reageert later op gewichtsschommelingen. Afvallen kan de correctie kleiner maken en gewichtstoename kan de borst en donorplaatsen veranderen. Probeer rondom de behandeling gewicht stabiel te houden. Een aanvullende sessie is een normale mogelijkheid, geen bewijs dat de eerste operatie mislukt is.

Herstel van de borst

De borst is aanvankelijk gezwollen, beurs en soms harder dan vóór de behandeling. Kleine insteekopeningen kunnen vocht lekken. Vermijd druk en intensieve massage tenzij uw chirurg dit adviseert. Slaap volgens instructie en draag een zachte bh die niet precies op het gevulde gebied drukt. Koelen kan huid en vetdoorbloeding beïnvloeden en wordt alleen gedaan als het team dat toestaat.

Blauwe plekken verdwijnen in weken. Een knobbel direct na de operatie kan zwelling of bloeduitstorting zijn; een blijvende of groeiende knobbel moet worden beoordeeld. Neem contact op bij koorts, toenemende roodheid, warmte, vieze lekkage, snel erger wordende pijn of benauwdheid. Wacht niet tot de routinecontrole als symptomen duidelijk toenemen.

Herstel van donorplaatsen

Liposuctiezones voelen vaak pijnlijker dan de borst en kunnen fors blauw en gezwollen zijn. Compressiekleding vermindert beweging en ondersteunt een gelijkmatige contour. Draag deze niet strakker of langer dan voorgeschreven; plooien kunnen drukranden maken. Tijdelijke gevoelloosheid, tinteling en verharding zijn gebruikelijk en trekken meestal geleidelijk weg.

Korte wandelingen starten vroeg. Zwaar sporten wordt opgebouwd wanneer pijn en zwelling afnemen. De contour is pas na maanden stabiel. Kleine asymmetrie, golving of een deuk kan blijven, vooral bij weinig donorvet of eerdere liposuctie. Bespreek donorplaatsverwachtingen net zo zorgvuldig als de borstcorrectie.

Vetnecrose en oliecysten

Vet dat geen bloedvoorziening krijgt kan afsterven en een harde knobbel vormen. Vervloeid vet kan als oliecyste zichtbaar zijn; calcium kan later verkalking geven. Deze veranderingen zijn meestal goedaardig en bekende gevolgen van lipofilling. Zij kunnen gevoelig zijn of ongerustheid veroorzaken en soms wordt een cyste aangeprikt of een hard gebied verwijderd.

Omdat een nieuwe knobbel na borstkanker ook een recidief kan betekenen, moet deze altijd volgens het oncologische traject worden onderzocht. Echografie, mammografie of MRI kan vaak het verschil tonen; bij twijfel volgt biopsie. Het bestaan van vetnecrose is dus geen reden om controle over te slaan of zelf een diagnose te stellen.

Beeldvorming na lipofilling

Radiologen die borstcontroles beoordelen kennen typische patronen van vetnecrose, oliecysten en verkalking. Informeer hen over datum, plaats en hoeveelheid van eerdere vetinjecties. Neem zo mogelijk het operatieverslag mee wanneer beeldvorming elders plaatsvindt. Een basisfoto vóór correctie kan in sommige situaties nuttig zijn, afhankelijk van het follow-upprotocol.

Lipofilling maakt betrouwbare beeldvorming meestal niet onmogelijk. Toch kan een onduidelijke bevinding extra onderzoek of biopsie vragen. Bespreek deze kans wanneer controle-angst een belangrijke rol speelt. De reconstructieve winst moet opwegen tegen de mogelijkheid van aanvullende diagnostiek.

Oncologische veiligheid

Autologe vettransplantatie wordt in Nederlandse richtlijnen gebruikt na borstsparende behandeling en mastectomie bij passende selectie. Beschikbare klinische gegevens tonen geen algemene aanwijzing dat correct uitgevoerde lipofilling borstkanker veroorzaakt. Wetenschappelijk onderzoek naar subgroepen en lange follow-up blijft doorgaan. Uw oorspronkelijke tumorbiologie en behandeling bepalen de persoonlijke afweging.

De behandeling wordt niet uitgevoerd in een gebied met onbeoordeelde verdachte veranderingen. Multidisciplinair overleg is extra belangrijk bij recente behandeling, een hoog recidiefrisico of onduidelijke beeldvorming. Reconstructie mag oncologische controles of noodzakelijke therapie niet vertragen. Vraag wie uw follow-up coördineert na de vetinjectie.

Alternatieven voor een groter defect

Bij een groot lateraal defect kan een LICAP- of andere perforatorlap weefsel van naast de borst toevoegen. Bij een kleine, zware borst kan een oncoplastische herschikking of verkleining de vorm beter herstellen. Soms verbetert verkleining van de andere borst de symmetrie meer dan steeds meer vet in de behandelde zijde. Een implantaat is na borstsparende radiotherapie minder gebruikelijk maar kan selectief worden besproken.

Bij ernstige pijn, huidbeschadiging of zeer grote vervorming kan een borstamputatie met volledige reconstructie een laatste optie zijn, maar dit is een veel grotere oncologische en reconstructieve stap. Een goed consult bespreekt een behandelladder van niets doen, bh-aanpassing en lipofilling tot lokale lap of uitgebreide reconstructie. De minst belastende passende oplossing krijgt de voorkeur.

Pijn, gevoeligheid en littekenzorg

Een ingetrokken litteken kan niet alleen zichtbaar maar ook pijnlijk zijn, vooral bij armbeweging of druk van een bh. Losmaken en vet toevoegen kan spanning verminderen, maar zenuwpijn reageert niet altijd op volume. Brandende pijn, elektrische scheuten of extreme aanraakgevoeligheid kan een andere behandeling vragen, zoals desensitisatie, fysiotherapie of beoordeling door een pijnteam.

Na genezing kunnen massage en mobilisatietechnieken helpen om huid en onderlaag beweeglijk te houden, maar bestraald weefsel verdraagt geen agressieve behandeling. Begin alleen op advies van het behandelteam. Bescherm gevoelloze huid tegen hitte en zon. Een litteken dat plots roder, harder of ingetrokken raakt, wordt eerst oncologisch beoordeeld voordat littekentherapie wordt hervat.

Realistische resultaten en symmetrie

Lipofilling kan de overgang duidelijk verzachten, maar maakt een bestraalde borst niet identiek aan een onbehandelde borst. Huidkleur, tepelpositie en totale vorm kunnen verschillen. Het resultaat varieert met houding en armpositie. Beoordeel verbetering in spiegel, kleding en beweging, niet alleen met een perfecte frontfoto.

Soms is een kleine restdeuk acceptabeler dan nog een donorplaats en narcose. Andere patiënten ervaren een tweede sessie als belangrijk voor zelfvertrouwen. Er is geen verplichte eindscore. Spreek vooraf af welk probleem prioriteit heeft en wanneer verdere verbetering te klein wordt om nieuwe risico’s te rechtvaardigen.

Vragen voor uw consult

Vraag of de vervorming vooral uit volumetekort, littekenverkleving of tepelverplaatsing bestaat. Laat uitleggen hoeveel vet in één sessie veilig past en welke donorplaatsen worden gebruikt. Vraag naar timing na radiotherapie, recente beeldvorming, kans op vetnecrose en hoe nieuwe knobbels worden onderzocht. Bespreek hoeveel sessies waarschijnlijk zijn.

Vraag ook welke alternatieve lokale lap of symmetrieoperatie beter kan zijn bij onvoldoende resultaat. Bekijk genezen foto’s van vergelijkbare defecten en donorplaatsen. Een zorgvuldig plan combineert oncologische zekerheid, contourverbetering en zo weinig mogelijk nieuwe schade.

Veelgestelde vragen

Hoe lang na radiotherapie kan lipofilling?

Er bestaat geen universele termijn. De acute huidreactie moet weg zijn, de borstvorm voldoende stabiel en de oncologische follow-up passend. Veel teams wachten meerdere maanden. Uw radiotherapeut, borstchirurg en plastisch chirurg bepalen samen het veilige moment.

Is één behandeling genoeg?

Bij een klein defect soms wel, maar vaak is een tweede sessie nodig omdat het weefsel per keer beperkte capaciteit heeft en een deel van het vet wordt opgenomen. Bestraalde huid en grotere deuken vragen vaker herhaling. Het resultaat wordt pas na enkele maanden beoordeeld.

Kan lipofilling een ingetrokken litteken losmaken?

Ja, vaak wordt het litteken eerst met subcisie losgemaakt en daarna met vet ondersteund. Zeer stugge of oppervlakkige littekens kunnen aanvullende littekencorrectie nodig hebben. Te agressief losmaken in bestraalde huid kan de doorbloeding beschadigen.

Ziet een radioloog het verschil tussen vetnecrose en kanker?

Vaak wel door typische kenmerken op echo, mammografie of MRI. Bij een onduidelijk beeld kan een biopsie nodig zijn. Geef altijd door wanneer en waar lipofilling is uitgevoerd en laat iedere nieuwe knobbel professioneel beoordelen.

Wordt de donorplaats automatisch mooier?

Liposuctie kan een zone slanker maken, maar het doel is transplantatievet en niet een volledige lichaamscontourbehandeling. Zwelling, asymmetrie, golving of een deuk kan ontstaan. De chirurg oogst daarom conservatief en verdeelt de afname zo gelijkmatig mogelijk.

Kan de deuk na verloop van tijd terugkomen?

Ja. Een deel van het vet wordt opgenomen en de bestraalde borst kan verder veranderen. Gewichtsverlies vermindert overlevend vet. Een aanvullende sessie, lokale flap of symmetriecorrectie kan worden besproken wanneer het defect opnieuw storend wordt.

Bronnen en medische toelichting

Deze pagina sluit aan bij de Nederlandse Richtlijnendatabase over autologe vettransplantatie na borstsparende therapie, patiëntinformatie van Borstkankervereniging Nederland en veiligheidsprincipes van de American Society of Plastic Surgeons. De beoordeling van een nieuw defect of een knobbel blijft onderdeel van oncologische zorg en gaat vóór reconstructieve correctie.

Laatste inhoudelijke revisie: 15 juli 2026. Deze informatie is bedoeld om een gesprek met uw eigen behandelteam voor te bereiden. De tekst vervangt geen persoonlijk onderzoek, multidisciplinair overleg, medische diagnose of geïnformeerde toestemming.

Neem Contact Op
Verbind met ons
Beleid
Abonneren

Dr. M. Foumani, MD

Facebook

Instagram

Youtube

Algemene Voorwaarden

Privacybeleid

Toegankelijkheidsverklaring

Breastreconstructionsurgeon.com

© 2026 Borstreconstructie Chirurg

bottom of page