Borstreconstructie met implantaten
Borstreconstructie met implantaten na een borstamputatie
Kort antwoord: bij een borstreconstructie met implantaten wordt na een borstamputatie een prothese gebruikt om de borstvorm op te bouwen. Dat kan direct met een definitief implantaat, of in twee fasen met eerst een tijdelijke tissue-expander die de huid geleidelijk oprekt. De operatie is meestal korter dan een reconstructie met een vrije lap en er ontstaat geen litteken op buik, rug of bovenbeen. Een implantaat blijft echter lichaamsvreemd materiaal en is niet automatisch een levenslange oplossing.
De kwaliteit van de overgebleven borsthuid, de dikte van het onderhuidse weefsel, de gewenste omvang en eventuele bestraling bepalen of een implantaat veilig kan worden bedekt. Het implantaat kan vóór of gedeeltelijk achter de borstspier worden geplaatst en wordt soms ondersteund met een biologisch of synthetisch net. Elke keuze heeft eigen gevolgen voor pijn, beweging, rimpeling, kapselvorming en revisies. De methode moet daarom aan uw borstkas en behandelplan worden aangepast.
Deze pagina bespreekt directe en uitgestelde implantaatreconstructie, de rol van een expander, het herstel en de complicaties op korte en lange termijn. U leest ook wat bestraling kan veranderen, welke alarmsignalen belangrijk zijn en waarom controles blijven gelden. Het doel is een realistisch besluit: niet alleen hoe de borst er kort na de operatie uitziet, maar ook wat het onderhoud en mogelijke vervolgoperaties over jaren kunnen betekenen.
Wat is een implantaatreconstructie?
Een borstimplantaat is een omhulsel van siliconenelastomeer met meestal siliconengel als vulling. Het vult de lege huidenvelop nadat het klierweefsel is verwijderd. De prothese wordt niet in het borstweefsel geplaatst, want dat weefsel is bij een mastectomie grotendeels weggenomen. Zij ligt op de borstkas onder huid en vet, soms met extra bedekking van spier of een ondersteunend net. De eigen huid bepaalt mede hoe natuurlijk de randen en overgang zichtbaar zijn.
Reconstructieve implantaatchirurgie verschilt van een cosmetische borstvergroting. Na een borstamputatie zijn huid, gevoel, littekens en doorbloeding veranderd en is de bedekkende laag vaak dunner. Ook kan de tepel ontbreken en kan radiotherapie nodig zijn. Daardoor zijn rimpeling, hardheid en wondproblemen anders dan bij een vergroting van een natuurlijke borst. Vergelijk resultaten daarom alleen met patiënten met een vergelijkbare oncologische ingreep.
Direct-to-implant of eerst een expander
Bij direct-to-implant plaatst de chirurg in dezelfde operatie als de borstamputatie een definitieve prothese. Dit kan een tweede wisseloperatie voorkomen, maar vereist een goed doorbloede, voldoende ruime huidenvelop en een realistisch gewenst volume. De chirurg beoordeelt tijdens de operatie of de huid veilig is. Als de doorbloeding twijfelachtig of de spanning te hoog is, kan een kleinere prothese, expander of uitgestelde reconstructie veiliger zijn.
Een tissue-expander is een tijdelijke, lege of gedeeltelijk gevulde prothese. Na wondgenezing wordt hij tijdens poliklinische afspraken stapsgewijs gevuld met zout water of, bij sommige systemen, lucht. Zo krijgt de huid geleidelijk ruimte. Later volgt een operatie om de expander te vervangen door een definitief implantaat. Het traject duurt langer en vraagt meerdere bezoeken, maar geeft meer controle over huidspanning en volume.
Voor of achter de borstspier
Bij prepectorale plaatsing ligt het implantaat vóór de grote borstspier, direct onder de mastectomiehuid en vaak in of met een ondersteunend net. De borstspier blijft op zijn plaats, waardoor beweginggerelateerde vervorming en spierpijn meestal minder zijn. De huid moet wel voldoende vitaal en dik zijn; anders kunnen randen, rimpels of de prothese duidelijk zichtbaar worden. Lipofilling kan later dekking verbeteren.
Bij subpectorale plaatsing ligt de prothese geheel of gedeeltelijk onder de borstspier. De spier geeft extra bedekking aan de bovenkant, maar kan bij aanspannen de borst bewegen of vervormen: animation deformity. Rek van de spier kan in het begin pijnlijk zijn en sommige patiënten ervaren blijvende strakheid. Geen positie is voor iedereen beter. Huidkwaliteit, lichaamsbouw, sport, bestraling en ervaring van het team bepalen de afweging.
Ondersteunend biologisch of synthetisch materiaal
Een acellulaire dermale matrix of synthetisch net kan de prothese als een soort interne beha ondersteunen en helpen de borstplooi te definiëren. Biologisch materiaal is bewerkt donorweefsel waarvan cellen zijn verwijderd; synthetische netten bestaan in blijvende of oplosbare varianten. Het materiaal wordt niet gebruikt om de tumor te behandelen. Het is een technisch hulpmiddel dat niet bij iedere patiënt of plaatsingsmethode nodig is.
Mogelijke voordelen moeten worden afgewogen tegen extra kosten en complicaties zoals infectie, seroom of onvoldoende ingroei. De beschikbare producten en protocollen verschillen per land en ziekenhuis. Vraag welk materiaal wordt gebruikt, waarom het in uw situatie meerwaarde heeft en welke ervaring het centrum ermee heeft. Een “net” maakt een te dunne of slecht doorbloede huid niet automatisch veilig.
Voor wie kan deze methode geschikt zijn?
Een implantaatreconstructie kan passen bij iemand die een kortere hoofdoperatie wenst, weinig donorweefsel heeft of geen extra litteken op een andere lichaamsregio wil. Bij een kleine tot middelgrote borst, goede huidkwaliteit en geen geplande bestraling kan de methode relatief voorspelbaar zijn. Ook na een preventieve borstamputatie aan beide zijden kan symmetrie gunstig zijn, omdat beide borsten met dezelfde soort prothese worden opgebouwd.
Een implantaat kan minder geschikt zijn bij ernstig beschadigde of bestraalde huid, actieve infectie, onvoldoende weefselbedekking of een sterke wens voor een grote, natuurlijk hangende borst. Roken, slecht ingestelde diabetes en vaatproblemen vergroten wondrisico’s. Een hoog risico is geen automatische afwijzing, maar vraagt een eerlijk gesprek over eenvoudiger volume, uitstel, een lapreconstructie of een esthetische vlakke sluiting.
Tepel- en huidsparende borstamputatie
Wanneer tumorlocatie en borstvorm het toelaten, kan de borstchirurg de huid en soms de tepel-hof behouden. Dat kan het reconstructieve resultaat natuurlijker maken, omdat de oorspronkelijke huidenvelop en herkenningspunten blijven. Tepelbehoud is alleen verantwoord als er geen oncologische aanwijzing is om de tepel te verwijderen en de bloedvoorziening naar verwachting voldoende blijft. Een behouden tepel verliest vaak een groot deel van het gevoel.
Ook bij een zorgvuldig plan kan de huid of tepel na de operatie onvoldoende doorbloed raken. Soms geneest een klein randje met verband; bij grotere necrose kan een operatie of verwijdering van de prothese nodig zijn. De plastisch chirurg kan tijdens de ingreep het volume verkleinen wanneer de huid bleek of gespannen is. Dat veiligheidsbesluit is belangrijker dan een vooraf afgesproken cupmaat.
Voorbereiding en keuze van het implantaat
Voor de operatie bespreekt u vorm, breedte, projectie en oppervlak van de prothese. De borstkasbreedte en beschikbare huid begrenzen de keuze. Een groter implantaat betekent niet automatisch een mooier decolleté; te veel spanning vergroot zichtbaarheid van randen en wondproblemen. Foto’s en pasprothesen kunnen helpen, maar na mastectomie reageert de huid anders dan bij een cosmetische pasvorm. Een exacte cupmaat is niet te garanderen.
Stop nicotine volgens het beleid van uw behandelcentrum en bespreek medicijnen, allergieën en eerdere infecties. Vraag welk implantaatmerk en type wordt gebruikt en hoe dit in het Nederlandse borstimplantatenregister wordt vastgelegd. Bespreek ook het noodplan: wat gebeurt er als de huid tijdens de operatie te kwetsbaar blijkt, en accepteert u tijdelijk een kleinere expander of een vlakke sluiting?
De operatie stap voor stap
Na verwijdering van het borstklierweefsel inspecteert de plastisch chirurg de huidenvelop en borstplooi. De pocket voor prothese of expander wordt gemaakt vóór of achter de spier. Indien gepland wordt een ondersteunend materiaal vastgezet. Het operatiegebied wordt gespoeld en met steriele techniek wordt het implantaat ingebracht. De prothese wordt gecentreerd, de borstplooi gecontroleerd en de huid zonder overmatige spanning gesloten.
Vaak wordt een drain geplaatst om bloed en wondvocht af te voeren. Bij een directe dubbelzijdige reconstructie probeert de chirurg beide pockets en implantaten zo gelijk mogelijk te maken. Een natuurlijke borst aan de andere kant blijft echter anders zakken en bewegen. Soms wordt deze later verkleind, gelift of vergroot. Operatieduur en opname hangen af van één of twee borsten, lymfeklierchirurgie en de algemene gezondheid.
Vullen van een tissue-expander
Na genezing wordt via een ingebouwd ventiel vloeistof toegevoegd. Een magneet of detector helpt het vulpunt vinden. Het volume per afspraak hangt af van huidspanning en comfort. Een tijdelijk drukkend gevoel is normaal, maar hevige pijn, roodheid of plotselinge zwelling niet. Soms is de expander aanvankelijk bijna leeg om de kwetsbare huid te ontzien. Het gewenste volume wordt in meerdere weken of maanden bereikt.
De expander kan hard, hoog of onnatuurlijk aanvoelen; hij is bedoeld als tussenfase en niet als definitief resultaat. Na voldoende expansie en stabilisatie volgt de wissel naar een zachter implantaat. Timing wordt afgestemd op chemotherapie of radiotherapie. Bij infectie, lekkage, verplaatsing of huidproblemen kan het traject vertragen. Vraag vooraf hoeveel bezoeken en operaties in het gebruikelijke protocol van uw ziekenhuis zitten.
Herstel na de operatie
De eerste dagen zijn spanning, zwelling, blauwe plekken en vermoeidheid gebruikelijk. Pijn is vaak het sterkst wanneer de borstspier is opgetild. U krijgt instructies voor wondzorg, drains, een ondersteunende bh en schouderbeweging. Regelmatig kort lopen helpt trombose voorkomen. Slaap meestal op de rug en voorkom druk op de borst zolang uw team dat adviseert. Douchen en autorijden worden hervat volgens lokale instructies.
Bureauwerk is soms na enkele weken mogelijk; lichamelijk werk en zwaar tillen vragen langer. De prothese zakt in de eerste maanden naar een meer natuurlijke positie en zwelling neemt af. Beoordeel het resultaat niet in de eerste weken. Neem direct contact op bij koorts, toenemende roodheid, vieze lekkage, een snel groeiende zwelling, open wond, benauwdheid of duidelijk toenemende pijn.
Bestraling en implantaten
Radiotherapie kan noodzakelijk zijn op basis van tumor- en lymfeklierkenmerken. Bestraling beïnvloedt huid, kleine bloedvaten en littekenweefsel. Rond een implantaat kan daardoor vaker een hard, pijnlijk kapsel ontstaan en de borst kan hoger, kleiner of vervormd worden. Ook wondproblemen of verlies van de prothese komen vaker voor dan bij niet-bestraalde weefsels. Een reconstructie mag oncologisch noodzakelijke bestraling nooit vervangen of uitstellen.
Wanneer bestraling waarschijnlijk is, bespreekt het multidisciplinaire team directe reconstructie met expander, uitgestelde implantatie of een reconstructie met eigen weefsel. Soms blijft een expander tijdens radiotherapie zitten en wordt later gewisseld. Geen strategie elimineert alle risico’s. De beste timing hangt af van uw tumorbehandeling, huid, voorkeur en de ervaring van het centrum.
Kapselvorming en kapselcontractuur
Het lichaam vormt altijd een dun kapsel van littekenweefsel rond een implantaat. Dat is een normale reactie. Bij kapselcontractuur wordt dit weefsel dikker en trekt het samen. De borst kan hard, rond, hoog of pijnlijk worden. Milde kapselvorming hoeft niet behandeld te worden. Bij duidelijke vervorming of klachten kan een operatie nodig zijn om het kapsel te openen of verwijderen en de prothese te wisselen.
Kapselcontractuur kan jaren na de operatie ontstaan en is vaker een probleem na bestraling, infectie of bloeding. Een nieuwe operatie kan helpen maar garandeert niet dat het kapsel wegblijft. Soms is overstappen op een lap met eigen weefsel de duurzaamste oplossing. Massage of medicatie is niet voor iedere situatie bewezen of veilig; volg alleen advies van uw eigen chirurg.
Andere implantaatcomplicaties
Vroege complicaties zijn nabloeding, infectie, seroom, wondopening, huidnecrose en blootliggen van de prothese. Een diepe infectie reageert niet altijd op antibiotica omdat bacteriën zich aan het implantaat kunnen hechten. Tijdelijke of definitieve verwijdering kan dan nodig zijn. Latere problemen zijn scheur, verplaatsing, rimpeling, asymmetrie, bodemvorming en een zichtbaar implantaat bij dunner wordende huid.
Siliconengelimplantaten kunnen scheuren zonder duidelijke klachten. Beeldvorming kan nodig zijn bij vormverandering, pijn of twijfel. De aanbevolen controle hangt af van het product, symptomen en nationale richtlijnen. Bewaar uw implantaatgegevens. Een implantaat heeft geen vaste vervaldatum, maar moet worden gecontroleerd wanneer klachten of veranderingen ontstaan en kan in de loop van het leven een revisie vereisen.
BIA-ALCL en andere zeldzame aandoeningen
BIA-ALCL is een zeldzame vorm van lymfeklierkanker in het vocht of kapsel rond een borstimplantaat en is vooral in verband gebracht met bepaalde getextureerde oppervlakken. Het is geen gewone borstkanker. Een borst die jaren na implantatie plotseling groter wordt door vocht, een knobbel of een okselklier moet worden onderzocht. Vroege diagnose en volledige verwijdering van implantaat en kapsel geeft vaak een goede behandelbaarheid.
Er zijn ook meldingen van zeer zeldzame andere tumoren in het kapsel en van systemische klachten die sommige patiënten “breast implant illness” noemen. De oorzaken van algemene klachten zijn niet altijd duidelijk en er bestaat geen eenvoudige test. Neem klachten serieus en laat andere oorzaken beoordelen. Bespreek verwachte voordelen en onzekerheden van verwijdering met een deskundig team; online ervaringen alleen kunnen geen persoonlijke diagnose stellen.
Lipofilling en vervolgcorrecties
Met lipofilling kan vet uit buik, flanken of benen in dunne laagjes over de prothese worden geïnjecteerd. Dit kan randen en rimpeling verzachten, de bovenpool vullen en de huidkwaliteit verbeteren. Een deel van het vet wordt opgenomen en soms zijn meerdere sessies nodig. Vetnecrose, oliecysten, infectie en contourverschillen op de donorplaats zijn mogelijke nadelen.
Andere revisies zijn het verplaatsen of wisselen van het implantaat, herstel van de borstplooi, kapselchirurgie, tepelreconstructie of een operatie aan de andere borst. Deze ingrepen zijn niet automatisch onderdeel van één traject. Vraag welke revisies waarschijnlijk zijn, wanneer het resultaat stabiel genoeg is en welke aanvullende risico’s ontstaan. Een acceptabel resultaat kan ook betekenen dat u bewust geen verdere operatie kiest.
Controles en leven met een implantaat
Controleer niet obsessief, maar leer de normale vorm en stevigheid van de gereconstrueerde borst kennen. Meld nieuwe pijn, hardheid, vormverandering, huiduitslag, een knobbel of late zwelling. De oncologische follow-up en implantaatcontrole zijn verschillende zaken. Uw behandelteam bepaalt welke klinische controle en beeldvorming passen. Een gereconstrueerde borst krijgt niet per definitie hetzelfde mammografieprogramma als een natuurlijke borst.
Sporten, vliegen, duiken en slapen op de buik zijn na volledige genezing meestal mogelijk. De prothese kan kouder of steviger voelen en de huid blijft vaak gevoelloos. Draag uw implantaatpas of digitale registratiegegevens bij medische zorg. MRI en veel andere onderzoeken kunnen meestal veilig, maar meld altijd dat u een borstimplantaat heeft. Neem bij trauma of plotselinge verandering contact op.
Veelgestelde vragen
Moeten borstimplantaten elke tien jaar worden vervangen?
Niet automatisch op een vaste datum. Implantaten zijn evenmin levenslang gegarandeerd. Zolang er geen klachten of afwijkingen zijn, kan controle voldoende zijn; bij scheur, infectie, kapselcontractuur, verplaatsing of ontevredenheid kan een operatie nodig worden. Volg het controleadvies voor uw specifieke implantaat en land.
Kan ik na bestraling nog een implantaat krijgen?
Soms wel, maar bestraalde huid heeft een hoger risico op hardheid, wondproblemen en implantaatverlies. De kwaliteit van huid en spier, tijd sinds bestraling en persoonlijke voorkeur bepalen de haalbaarheid. Een lap met goed doorbloed eigen weefsel kan in sommige situaties betrouwbaarder zijn.
Is een implantaatreconstructie pijnlijk?
Pijn en strakheid zijn vooral in de eerste weken gebruikelijk en kunnen sterker zijn bij plaatsing onder de borstspier of tijdens expansie. De meeste klachten nemen af. Aanhoudende of toenemende pijn verdient beoordeling op kapselcontractuur, infectie, zenuwpijn of een mechanisch probleem.
Kan de tepel behouden blijven?
Dat kan alleen wanneer het oncologisch veilig is en de bloedvoorziening voldoende lijkt. Tumorafstand, borstvorm, nicotine en incisiepatroon tellen mee. Een behouden tepel is vaak gevoelloos en kan gedeeltelijk afsterven. Als behoud niet kan, zijn latere reconstructie en medische tatoeage mogelijk.
Kan ik borstvoeding geven met de andere borst?
Na een volledige borstamputatie kan de gereconstrueerde borst geen melk produceren. Een niet-geopereerde andere borst kan vaak wel borstvoeding geven, afhankelijk van eerdere behandelingen en persoonlijke factoren. Bespreek kinderwens vóór eventuele symmetriechirurgie aan de gezonde borst.
Wat gebeurt er als het implantaat moet worden verwijderd?
Na verwijdering kan de huid tijdelijk vlak of gerimpeld zijn. Soms kan direct een nieuw implantaat worden geplaatst; bij infectie is vaak eerst genezing nodig. Later zijn een nieuw implantaat, lipofilling, een lapreconstructie of een esthetische vlakke sluiting mogelijke keuzes.
Bronnen en medische toelichting
Deze patiëntengids is gebaseerd op voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie, het Nederlandse borstimplantatenregister, het Amerikaanse National Cancer Institute en de American Society of Plastic Surgeons. Voor productgebonden controles, oncologische behandeling en zeldzame implantaatgerelateerde aandoeningen volgt u de actuele aanbevelingen van uw eigen behandelteam en nationale autoriteiten.
Laatste inhoudelijke revisie: 15 juli 2026. Deze informatie is bedoeld om een gesprek met uw eigen behandelteam voor te bereiden. De tekst vervangt geen persoonlijk onderzoek, multidisciplinair overleg, medische diagnose of geïnformeerde toestemming.