Volledige borstreconstructie met eigen vet
Volledige borstreconstructie met eigen vet via lipofilling
Kort antwoord: bij volledige borstreconstructie met eigen vet wordt vet via liposuctie uit bijvoorbeeld buik, flanken of benen gehaald en in vele kleine druppels in de borstregio geïnjecteerd. Iedere vetcel moet vanuit het omliggende weefsel nieuwe bloedvoorziening krijgen. Daarom kan per operatie maar een beperkte hoeveelheid veilig worden geplaatst en zijn doorgaans meerdere sessies nodig. Er wordt geen implantaat gebruikt en er wordt geen grote vrije lap met microchirurgie verplaatst.
De techniek wordt ook autologe vettransplantatie, AFT, lipofilling of lipografting genoemd. Voor totale reconstructie moet een vlakke of kleine borstregio stapsgewijs tot een nieuwe borst worden opgebouwd. Soms wordt vooraf of tussen sessies externe weefselexpansie gebruikt om huid en ontvangerweefsel ruimte te geven. De methode kan een zachte borst en meerdere kleine liposuctielittekens geven, maar vraagt geduld, voldoende donorvet en acceptatie dat een deel van het geïnjecteerde vet weer wordt opgenomen.
Deze pagina bespreekt patiëntselectie, planning per fase, donorplaatsen, vetoverleving, bestraling, beeldvorming en complicaties. De Nederlandse patiëntenfolder over AFT noemt voor totale reconstructie vaak ongeveer vier operaties, maar het werkelijke aantal verschilt sterk per borstomvang, huid, bestraling en vetopname. Uw behandelteam kan pas na onderzoek een persoonlijke bandbreedte geven; een gegarandeerde cupmaat of exact aantal sessies bestaat niet.
Hoe kan los vetweefsel overleven?
Bij een vrije lap blijft vet als één blok verbonden met bloedvaten die onder de microscoop worden aangesloten. Bij lipofilling worden losse kleine vetdeeltjes zonder eigen vaatsteel getransplanteerd. In de eerste dagen leven zij van zuurstof en voedingsstoffen uit het omliggende weefsel. Daarna moeten nieuwe haarvaten ingroeien. Alleen vet dat dicht genoeg bij goed doorbloed ontvangerweefsel ligt, kan duurzaam overleven.
Daarom injecteert de chirurg dunne sliertjes in meerdere richtingen en lagen. Een grote klont vet krijgt centraal te weinig zuurstof en kan afsterven, vervloeien of verkalken. Meer volume in één sessie is dus niet altijd beter. De capaciteit van huid, spier en littekenweefsel bepaalt hoeveel veilig kan worden geplaatst. Herhaalde kleine stappen geven het weefsel tijd om doorbloeding en ruimte op te bouwen.
Voor wie kan totale AFT geschikt zijn?
De methode kan passen bij iemand die een prothese en grote lapoperatie wil vermijden, voldoende verdeelbaar donorvet heeft en meerdere kortere operaties accepteert. Zij kan worden gebruikt na een therapeutische of preventieve borstamputatie, direct in een geselecteerd traject of uitgesteld na genezing. Een kleinere gewenste borst is doorgaans makkelijker te bereiken dan een grote borst met veel projectie.
Geschiktheid hangt niet alleen af van BMI. Vet moet op meerdere plaatsen veilig kunnen worden geoogst zonder opvallende contourdeuk. Zeer slanke patiënten hebben soms onvoldoende voorraad; bij een hoge BMI kunnen narcose-, wond- en tromboserisico’s toenemen. Roken, vaatproblemen, actieve ziekte, instabiel gewicht en slechte huidkwaliteit worden meegewogen. Een oncologisch veilig behandelplan blijft de eerste voorwaarde.
Wanneer is een andere reconstructie logischer?
Wanneer snel één groot borstvolume gewenst is, kan een DIEP-lap of implantaat voorspelbaarder zijn. Bij onvoldoende donorvet, zeer strakke huid of onmogelijkheid om meerdere operaties te ondergaan, kan totale lipofilling onpraktisch zijn. Ook wanneer frequente reizen naar een gespecialiseerd centrum belastend zijn, telt de logistiek mee. Een methode zonder lang litteken is niet automatisch een korter totaaltraject.
Sommige patiënten starten met lipofilling en besluiten later een klein implantaat toe te voegen; anderen gebruiken vet als voorbereiding op een lap of prothese. Omgekeerd kan AFT een implantaatreconstructie verfijnen. Bespreek vooraf wanneer het team het resultaat als onvoldoende beschouwt en welke overstapmogelijkheden er zijn. Een flexibel plan voorkomt dat iedere extra sessie als onverwachte tegenvaller voelt.
Externe weefselexpansie
Een externe expansie-bh of cup kan met zachte onderdruk gedurende uren per dag aan de borstregio trekken. Het doel is meer ruimte, doorbloeding en ontvangeroppervlak te creëren voor vetinjecties. Niet ieder centrum gebruikt deze methode en protocollen verschillen. Het dragen vraagt discipline en kan tijdelijke roodheid, zwelling, blaren of verkleuring geven.
Externe expansie is geen garantie dat meer vet blijvend overleeft en is niet voor iedere huid geschikt. Bestraalde of kwetsbare huid moet nauwkeurig worden gevolgd. Gebruik nooit een ongecontroleerd zuigsysteem zonder begeleiding. Vraag hoe lang per dag het hulpmiddel nodig is, hoe huidproblemen worden behandeld en of het apparaat in uw totale planning werkelijk meerwaarde heeft.
Keuze van donorplaatsen
Veelgebruikte donorplaatsen zijn buik, flanken, heupen, binnen- of buitenbenen en soms knieën of rug. De chirurg kiest zones met voldoende vet en kijkt naar symmetrie en huidelasticiteit. Bij herhaalde sessies worden donorplaatsen afgewisseld of opnieuw gebruikt. Een gebied dat veel vet bevat is niet altijd veilig om agressief leeg te zuigen; een gelijkmatige restlaag voorkomt deuken en huidverkleving.
De liposuctie kan het lichaamsprofiel verbeteren, maar het primaire doel is bruikbaar transplantatievet, niet een volledige cosmetische contourbehandeling. Verwacht blauwe plekken, zwelling en tijdelijke gevoelloosheid op meerdere plaatsen. Kleine toegangslittekens blijven zichtbaar. Bespreek vooraf welke zones u wel of niet wilt gebruiken en hoeveel reserve voor latere sessies nodig is.
De eerste operatie
Bij een uitgestelde reconstructie maakt de chirurg littekens en verkleefde huid voorzichtig los om een ontvangerlaag te creëren. Vet wordt met lage druk geoogst, verwerkt en in kleine hoeveelheden geïnjecteerd tussen huid, littekenlagen en borstspier. De eerste sessie bouwt vaak vooral een zachte basis en verbetert de huidbeweeglijkheid; een duidelijke borstprojectie kan nog beperkt zijn.
Bij een onmiddellijke strategie wordt vet rondom het moment van mastectomie gebruikt volgens een gespecialiseerd protocol. De oncologische resectie, huiddoorbloeding en eventuele expansie bepalen wat mogelijk is. Niet elk ziekenhuis biedt totale AFT als primaire reconstructie aan. De techniek vraagt ervaring, herhaalde beschikbaarheid van operatiekamers en goede samenwerking met radiologie en oncologie.
Volgende sessies en volumebouw
Na enkele maanden is zichtbaar welk vet is gebleven en welke zones opnieuw kunnen worden gevuld. De volgende sessie legt nieuwe vetdruppels tussen eerder ingegroeid weefsel. Zo neemt het beschikbare ontvangerbed stapsgewijs toe. De chirurg bouwt eerst breedte en onderpool, daarna projectie en decolleté. Een asymmetrische fase tussen operaties is normaal.
Het aantal sessies is geen kwaliteitsmaat. Een grote borst, bestraalde huid of geringe vetoverleving vraagt meer stappen. Te snel opnieuw opereren kan zwelling verwarren met blijvend volume. De planning wordt afgestemd op herstel, werk, gewicht en oncologische behandeling. Vraag hoeveel maanden het volledige traject waarschijnlijk duurt, niet alleen hoeveel operaties worden verwacht.
Hoeveel vet blijft zitten?
Een deel van het geïnjecteerde vet wordt in de eerste maanden afgebroken. Het blijvende percentage varieert door techniek, ontvangerweefsel, bestraling, volume en persoonlijke biologie. Exacte percentages uit studies zijn niet één op één op een individuele borst toepasbaar. Na stabilisatie gedraagt het overlevende vet zich als ander lichaamsvet en kan het groter of kleiner worden bij gewichtsschommelingen.
De eerste weken zijn zwelling en vocht geen bewijs dat al het volume blijft. Een chirurg die onmiddellijk een definitieve cupmaat belooft, negeert deze onzekerheid. Serieuze planning gebruikt een bandbreedte en evalueert na meerdere maanden. Stoppen na een kleiner maar acceptabel resultaat is mogelijk; doorgaan tot maximale symmetrie is geen verplichting.
De operatie en verwerking van vet
Onder narcose of soms regionale verdoving wordt verdunde vloeistof in de donorzone ingebracht. Via fijne canules wordt vet met gecontroleerde druk opgezogen. Bloed, olie en overtollige vloeistof worden door bezinking, filtratie of centrifugatie gescheiden, afhankelijk van het systeem. Er is geen overtuigend universeel apparaat dat voor iedere situatie het beste is; atraumatisch werken en zorgvuldig injecteren zijn essentieel.
Met een stompe canule brengt de chirurg vet terug terwijl de canule wordt teruggetrokken. Zo ontstaan fijne tunnels in meerdere vlakken. Injectie met hoge druk of in grote bolussen wordt vermeden. De kleine insteekopeningen worden gehecht of met pleisters gesloten. Een drukkledingstuk ondersteunt de donorplaatsen, terwijl sterke druk op de nieuwe borst meestal wordt voorkomen.
Herstel na iedere sessie
Pijn en blauwe plekken zitten vaak meer op de liposuctieplaatsen dan in de borst. De borst is gezwollen en kan onregelmatig aanvoelen. U loopt vroeg rond en draagt compressiekleding volgens instructie. Zwaar sporten en druk op de borst worden tijdelijk vermeden. Veel patiënten hervatten licht werk sneller dan na een DIEP-lap, maar herhaling van herstelperiodes over meerdere sessies telt op.
Zwelling van benen of buik kan weken aanhouden en door zwaartekracht verschuiven. Voldoende bewegen, rust en de juiste maat compressie helpen. Neem contact op bij koorts, uitbreidende roodheid, toenemende pijn, benauwdheid, een eenzijdig gezwollen kuit of plotselinge borstzwelling. Volg na iedere sessie dezelfde waakzaamheid, ook wanneer eerdere operaties probleemloos waren.
Bestraling en eigen vet
Lipofilling wordt gebruikt om stug, ingetrokken bestraald weefsel zachter te maken en volume aan te vullen. Klinisch zien veel teams verbetering van huidkwaliteit en beweeglijkheid, maar bestraling vermindert ook de doorbloeding en kan vetoverleving onvoorspelbaarder maken. Er zijn vaak meer sessies nodig. AFT maakt een eerdere bestraling niet ongedaan en vervangt geen oncologische behandeling.
Wanneer radiotherapie nog moet plaatsvinden, kan bestraling het opgebouwde volume laten krimpen of verharden. Het team kan daarom een deel van de reconstructie uitstellen. Timing hangt af van tumorbehandeling, wondgenezing en lokale expertise. Een open of geïnfecteerde donor- of borstplaats mag de start van noodzakelijke nabehandeling niet vertragen.
Vetnecrose, cysten en verkalking
Vet dat onvoldoende bloed krijgt kan afsterven. Het kan als een harde knobbel, oliecyste of kalkafzetting voelbaar en zichtbaar worden. Vaak is dit goedaardig en kan een ervaren radioloog het herkennen. Soms is echo, mammografie, MRI of een biopsie nodig om onderscheid met een lokale terugkeer van kanker te maken. Meld elke nieuwe of veranderende knobbel.
Kleine vetnecrose zonder klachten hoeft niet altijd behandeld te worden. Een pijnlijke of grote cyste kan worden aangeprikt of verwijderd. Meer vet per sessie verhoogt niet noodzakelijk het bruikbare resultaat en kan necrose bevorderen. Dit is waarom totale reconstructie bewust in fasen wordt uitgevoerd en waarom de huid niet “volgespoten” mag worden.
Oncologische veiligheid en controle
Huidige richtlijnen en klinische ervaring ondersteunen autologe vettransplantatie na borstkanker bij zorgvuldig geselecteerde patiënten. Vetinjectie wordt niet beschouwd als oorzaak van terugkeer van kanker. Onderzoek blijft belangrijk voor specifieke tumortypen en lange follow-up. De beslissing wordt afgestemd op pathologie, behandeling en ziektecontrole; een reconstructie is nooit los van het oncologische dossier.
Lipofilling kan knobbels en beeldvormingsveranderingen veroorzaken, maar moderne radiologie kan deze meestal onderscheiden. Geef bij iedere scan aan wanneer en waar vet is geïnjecteerd. Oncologische follow-up blijft volgens uw diagnose lopen. Nieuwe huidintrekking, knobbel, vocht of okselklier verdient onderzoek, ook wanneer een eerdere bevinding vetnecrose bleek.
Voordelen van totale reconstructie met vet
De uiteindelijke borst bestaat uit eigen vet, voelt warm en zacht en bevat geen prothese die kan scheuren of kapselcontractuur kan geven. Er is geen lang donorplaatslitteken en geen microchirurgische aansluiting. Kleine hoeveelheden kunnen zeer precies over borst en decolleté worden verdeeld. Donorplaatsen kunnen tegelijk wat slanker worden, al is dit geen gegarandeerde cosmetische liposuctie-uitkomst.
Het gefaseerde traject kan aantrekkelijk zijn voor iemand die liever meerdere kortere operaties dan één zeer lange ingreep heeft. Ook kan de methode worden aangepast naarmate voorkeur en lichaamsvorm veranderen. Daar staat tegenover dat de totale tijd, herhaalde narcose en meerdere herstelperiodes aanzienlijk zijn. “Minimaal invasief” beschrijft de kleine incisies, niet de totale behandelbelasting.
Risico’s en beperkingen
Mogelijke complicaties zijn infectie, bloeding, seroom, trombose, vetnecrose, cysten en onvoldoende volumebehoud. Donorplaatsen kunnen deuken, golven, gevoelloosheid, pigmentverschil of asymmetrie krijgen. Zeer zeldzaam kan een canule dieper weefsel beschadigen. Zorgvuldige techniek en behandeling door een ervaren plastisch chirurg zijn essentieel.
Een grote borst of sterke projectie kan onhaalbaar blijken. Gewichtstoename kan de nieuwe borst vergroten; sterk afvallen kan het resultaat verkleinen. Een latere zwangerschap verandert donorplaatsen en volume. Het uiteindelijke resultaat is pas na de laatste sessie en maanden stabilisatie zichtbaar. Bespreek vooraf een acceptabel minimumresultaat en alternatieven als de vetvoorraad opraakt.
Tepel, symmetrie en afronding
Wanneer de borstvorm stabiel is, kan de andere borst worden gelift of verkleind. Een tepel kan chirurgisch worden gemaakt of met een vlakke 3D-tatoeage worden nagebootst. Kleine contouren kunnen in een laatste vetbehandeling worden verfijnd. De volgorde is belangrijk: een tepel die te vroeg wordt geplaatst kan door latere volumeverandering verschuiven.
Afronding betekent niet noodzakelijk volledige spiegeling. Een zachte borst met passend decolleté in bh kan een realistisch doel zijn, terwijl de projectie zonder bh kleiner is dan de natuurlijke zijde. Bespreek welke uitkomst voor u functioneel en emotioneel voldoende is. U kunt na iedere fase besluiten te stoppen of het plan aan te passen.
Meerdere narcosen en planning van het totale traject
Iedere afzonderlijke lipofillingoperatie is meestal korter dan een vrije lap, maar de risico’s van narcose, trombose, infectie en herstel keren bij iedere sessie terug. Het totale aantal uren in de operatiekamer kan daardoor aanzienlijk worden. Uw gezondheid wordt vóór elke ingreep opnieuw beoordeeld. Een eerdere probleemloze narcose garandeert niet dat controle bij een volgende sessie kan worden overgeslagen.
Plan het traject rond oncologische controles, werk, mantelzorg en eventuele kinderwens. Lange tussenpozen zijn soms medisch verstandig en betekenen niet dat reeds ingegroeid vet verloren gaat. Vraag wat gebeurt wanneer u na twee sessies tijdelijk wilt pauzeren of definitief tevreden bent met minder volume. Een gefaseerde reconstructie hoort ruimte te bieden voor heroverweging, niet te voelen als een ononderbroken verplicht programma.
Vragen voor het consult
Vraag hoeveel donorvet beschikbaar is, welke zones worden gebruikt en welk eindvolume realistisch is. Laat uitleggen of externe expansie nodig is, hoeveel sessies het centrum gemiddeld bij vergelijkbare patiënten uitvoert en hoeveel tijd tussen sessies zit. Vraag naar ervaring met bestraalde huid en hoe vetnecrose op beeldvorming wordt gevolgd.
Bespreek het alternatieve plan bij onvoldoende vetoverleving, de totale narcosebelasting, compressiekleding, werkverzuim en kosten of vergoeding. Vraag foto’s van volledig afgeronde trajecten, inclusief donorplaatsen. Een weloverwogen keuze vergelijkt het gehele meerjarige traject met een implantaat, DIEP-lap en vlakke sluiting.
Veelgestelde vragen
Hoeveel operaties zijn meestal nodig?
Voor totale borstopbouw zijn meerdere sessies nodig; Nederlandse patiëntinformatie noemt vaak ongeveer vier, maar dit is geen belofte. Borstomvang, huidruimte, bestraling, donorvet en opname van vet bepalen het aantal. Vraag uw centrum om resultaten bij vergelijkbare patiënten en een realistische bandbreedte.
Kan volledige lipofilling bij een slanke patiënt?
Soms, wanneer kleine vetdepots verspreid aanwezig zijn en een bescheiden borst gewenst is. Herhaalde oogst uit dunne zones vergroot echter de kans op deuken. Bij onvoldoende voorraad kan een kleine lap, implantaat of combinatie voorspelbaarder zijn.
Is het resultaat blijvend?
Vet dat na enkele maanden goed is ingegroeid kan langdurig blijven, maar gedraagt zich als ander lichaamsvet. Gewicht, hormonen en ouder worden veranderen volume. Een deel van iedere injectie wordt opgenomen en aanvullende sessies kunnen nodig zijn.
Kan lipofilling na radiotherapie?
Ja, dit is een veelgebruikte toepassing. Bestraald weefsel heeft echter minder betrouwbare doorbloeding en kan meer sessies vragen. De huid wordt stapsgewijs behandeld en zorgvuldig gecontroleerd. Timing wordt afgestemd op oncologische follow-up.
Is lipofilling veilig na borstkanker?
Beschikbare richtlijnen ondersteunen toepassing bij zorgvuldig geselecteerde patiënten na oncologische behandeling. De beslissing hangt af van tumorsoort, behandeling en ziektecontrole. Veranderingen door vetnecrose moeten door ervaren radiologen worden beoordeeld; iedere nieuwe knobbel wordt onderzocht.
Kan ik later alsnog een implantaat of DIEP-lap krijgen?
Vaak wel. Het geïnjecteerde vet kan de huidbedekking zelfs verbeteren. Littekens, donorvoorraad en oncologische situatie worden opnieuw beoordeeld. Bespreek vóór de start wanneer overstappen wordt overwogen, zodat donorvet en andere reconstructieopties strategisch worden behouden.
Bronnen en medische toelichting
Deze informatie sluit aan bij de patiëntenfolder “Borstreconstructie met eigen weefsel oftewel lipofilling” van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie, de Nederlandse Richtlijnendatabase over autologe vettransplantatie en internationale veiligheidsinformatie van de American Society of Plastic Surgeons. Persoonlijke geschiktheid en het aantal sessies worden door een gespecialiseerd borstteam bepaald.
Laatste inhoudelijke revisie: 15 juli 2026. Deze informatie is bedoeld om een gesprek met uw eigen behandelteam voor te bereiden. De tekst vervangt geen persoonlijk onderzoek, multidisciplinair overleg, medische diagnose of geïnformeerde toestemming.