AICAP-flap: Borstreconstructie aan de Binnenzijde na een Borstsparende Operatie
- Dr. Mahyar Foumani

- 14 mrt
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 17 apr

Zit borstkanker in het binnenste deel van de borst (de kant bij het borstbeen)? Dan kan een borstsparende operatie een zichtbaar kuiltje achterlaten dat lastig te herstellen is. Bij tumoren aan de buitenkant werkt een techniek als de LICAP-flap goed. Maar voor de binnenkant waren de mogelijkheden lang beperkt. De AICAP-flap brengt daar verandering in. AICAP staat voor Anterior Intercostal Artery Perforator-flap. Het is een techniek speciaal voor herstel aan de binnenkant van de borst na een borstsparende operatie.
Wat is de AICAP-flap?
De AICAP-flap vult verloren volume op. Het hoort bij de oncoplastische chirurgie. De chirurg gebruikt huid en vet van de voorkant van de borstwand, vlak onder de plooi van de borst (de inframammaire plooi). Daarmee vult hij het kuiltje op dat na het weghalen van een tumor aan de binnenkant van de borst is ontstaan. De flap krijgt bloed via kleine vaatjes uit de slagaders die tussen de ribben lopen.
Deze techniek hoort bij de groep lokale perforatorflappen. Daar horen ook de bekendere LICAP-flap (voor de zijkant) en de TDAP-flap (voor de bovenrug) bij. Die technieken richten zich op de zij- en achterkant van de borst. De AICAP-flap is juist voor de binnenkant, vlak bij het borstbeen. Daar kunnen andere flappen vaak niet goed bij.
Hoe verloopt de operatie?
De AICAP-flap gebeurt meestal in één operatie samen met de borstsparende ingreep. Eerst haalt de ene chirurg de tumor weg uit de binnenkant van de borst, met een randje gezond weefsel. Daardoor ontstaat er een kuiltje. Zonder opvulling zou dat een zichtbare deuk of een verschil tussen de borsten geven.
Daarna tekent de plastisch chirurg de AICAP-flap af op de voorkant van de borstwand, meestal onder en aan de binnenkant van de plooi. Met een scan (CT-angiografie) of een echo (Doppler) zoekt hij eerst de sterkste bloedvaatjes op. Dan maakt hij de flap van huid en vet voorzichtig los, terwijl die belangrijke vaatjes heel blijven.
Daarna draait de chirurg de flap in het kuiltje. Hij vult het op met goed doorbloed weefsel dat veel lijkt op echt borstweefsel. De flap blijft verbonden met zijn bloedvaatjes. Daardoor is er geen microchirurgie nodig om de bloedvaten opnieuw aan te sluiten.
Voordelen van de AICAP-flap
De AICAP-flap heeft een paar duidelijke voordelen voor vrouwen met een tumor aan de binnenkant van de borst. Het weefsel van de voorkant van de borstwand lijkt qua dikte en gevoel veel op uw eigen borstweefsel. Dat geeft een natuurlijk uiterlijk en gevoel. Er gaan geen belangrijke spieren verloren. Daardoor blijft de kracht van de borstwand goed en gaat het herstel sneller. En de chirurg brengt gezond, niet-bestraald weefsel mee. Dat is extra waardevol voor vrouwen die na de operatie bestraling krijgen.
Het herstel en wat u kunt verwachten
Het herstel na een AICAP-flap lijkt op dat van de andere lokale perforatorflappen. De meeste vrouwen blijven één tot twee nachten in het ziekenhuis. In de eerste twee weken kunt u wat zwelling, blauwe plekken en ongemak verwachten. Lichte dagelijkse dingen pakken de meeste vrouwen na één tot twee weken weer op. Werken kan vaak weer na twee tot vier weken. Helemaal herstellen, inclusief sporten, duurt meestal zes tot acht weken.
Voor wie is de AICAP-flap geschikt?
De AICAP-flap past heel goed bij vrouwen met een tumor aan de binnenkant van de borst die een borstsparende operatie krijgen. De beste kandidaat heeft een kleine tot middelgrote borst, waarbij alleen weefsel verschuiven te weinig volume teruggeeft. Zij wil haar eigen borstomvang houden. En de tumor zit aan de binnenkant, waardoor andere flappen minder geschikt zijn. De techniek werkt ook goed om de vorm bij te werken na een eerdere borstsparende operatie.
Veelgestelde vragen
Waar staat AICAP voor?
AICAP staat voor Anterior Intercostal Artery Perforator (voorste tussenribslagader-perforator). Dat zijn de bloedvaten die de flap voeden. Ze komen uit de slagaders tussen de ribben, aan de voorkant van de borstwand.
Wat is het verschil tussen de AICAP-flap en de LICAP-flap?
Het verschil zit vooral in de plek. De LICAP-flap gebruikt weefsel van de zijkant van de borstwand en past goed bij de buitenkant van de borst. De AICAP-flap gebruikt weefsel van de voorkant van de borstwand, onder de borst, en is speciaal voor de binnenkant.
Is microchirurgie nodig bij een AICAP-flap?
Nee. De AICAP-flap blijft verbonden met zijn eigen bloedvaatjes. De chirurg draait de flap in het kuiltje zonder hem helemaal los te maken. Daardoor is er geen microchirurgie nodig om bloedvaten opnieuw aan te sluiten.
Kan ik bestraling krijgen na een AICAP-flap?
Ja. De bestraling kan meestal gewoon doorgaan zodra de wonden genoeg genezen zijn, meestal vier tot zes weken na de operatie. Het gezonde, goed doorbloede weefsel van de AICAP-flap verdraagt bestraling over het algemeen goed.
Welk litteken blijft er over na een AICAP-flap?
Het litteken komt meestal bij of in de plooi onder de borst (de inframammaire plooi). Daardoor valt het meestal goed weg onder kleding en ondergoed. Met de tijd vervaagt het litteken flink.
Geschreven door Dr. Mahyar Foumani, plastisch en reconstructief chirurg gespecialiseerd in borstreconstructie. Gebaseerd op het boek "Borstreconstructie Uitgelegd".

Opmerkingen