Hoe Bestraling Uw Borstreconstructie Beïnvloedt
- Dr. Mahyar Foumani

- 19 feb
- 5 minuten om te lezen

Bestraling (radiotherapie) is een van de belangrijkste dingen die het eindresultaat van uw borstopbouw bepaalt. Overweegt u een opbouw vóór, tijdens of na de bestraling? Dan helpt het om te weten hoe bestraling uw weefsel verandert. Zo maakt u samen met uw team de juiste keuze. In dit artikel leggen we uit wat bestraling met uw borstweefsel doet en wat dat betekent voor uw mogelijkheden.
Wat bestraling met uw borstweefsel doet
Bestraling richt zich op de kankercellen. Maar het raakt ook altijd het gezonde weefsel in het gebied. Dat gaat in een paar fasen die in elkaar overlopen. Daardoor kan het uiterlijk en de kwaliteit van uw borstweefsel nog lang na de behandeling blijven veranderen.
Tijdens de behandeling zelf raakt de huid ontstoken: rood, gezwollen en gevoelig. In de maanden daarna wordt het weefsel langzaam stugger en minder soepel (fibrose). Daarna kan het weefsel nog jarenlang veranderen. Het kan blijven krimpen, dikker worden en de kleine bloedvaatjes veranderen.
De belangrijkste veranderingen door bestraling zijn: een dikkere en soms verkleurde huid, verharding (fibrose) van het borstweefsel, langzaam volumeverlies doordat de borst krimpt, intrekking en verstrakking rond de operatieplek, en schade aan de kleine bloedvaatjes. Door die schade geneest het weefsel minder goed bij een latere operatie. Bestraling raakt niet alleen het borstweefsel zelf, maar ook de borstwand, het bindweefsel en soms zelfs de ribben eronder.
Invloed op een opbouw met een implantaat
Bestraling heeft veel invloed op een opbouw met een implantaat. Onderzoek laat steeds zien dat een hard kapsel rond het implantaat (kapselcontractuur) bij bestraalde implantaten in ongeveer 40 tot 50 van de 100 gevallen voorkomt. Zonder bestraling is dat maar 10 tot 15 van de 100. Door dit veel hogere risico is een goede planning bij vrouwen die bestraling nodig hebben echt belangrijk.
Wordt een weefseloprekker (expander) gecombineerd met bestraling? Dan stijgt de kans op problemen tot ongeveer 25 van de 100. Denk aan een wond die opengaat, een infectie of een expander die bloot komt te liggen. Het stuggere, beschadigde weefsel reageert slecht op het langzame oprekken. Daarom raden veel teams nu aan om een expander te vermijden als er bestraling komt. In plaats daarvan plaatsen ze soms in één keer een vast implantaat. Of ze stellen de hele opbouw uit tot na de bestraling.
Nog iets om mee te wegen: veel expanders hebben magnetische onderdelen. Daardoor kan een MRI tijdelijk lastig of onmogelijk zijn. Dat kan de controle tijdens uw kankerbehandeling beperken. Er bestaan ook expanders zonder magneet, maar die heeft niet elk ziekenhuis standaard.
Is er al een expander geplaatst voordat duidelijk werd dat er toch bestraling nodig was? Dan vullen chirurgen die vaak versneld vóór de bestraling begint. Dat geeft een betere uitgangssituatie en verkleint een paar risico's. Toch kan de bestraling het uiteindelijke uiterlijk alsnog wat minder mooi maken.
Invloed op een opbouw met eigen weefsel
Eigen weefsel (levend weefsel van een andere plek in uw lichaam) verdraagt bestraling meestal beter dan een implantaat. Toch kan bestraling ook dat weefsel raken: krimp, verharding (fibrose) en het afsterven van vetcellen (vetnecrose). Vetnecrose kan kleine harde knobbeltjes in de borst geven.
Daarom kiezen veel gespecialiseerde centra er nu voor om een opbouw met eigen weefsel pas zes tot twaalf maanden na de bestraling te doen. In die tijd komt het weefsel tot rust en zijn de gevolgen van de bestraling helemaal zichtbaar. Bij een opbouw ná de bestraling brengt de chirurg soms wat extra weefsel mee, om de te verwachten krimp op te vangen. Vaak plant hij ook extra lipofilling (eigen vet inspuiten) om kuiltjes bij te werken zodra het weefsel rustig is.
Er is een belangrijke uitzondering: vrouwen die een tweede borstkanker krijgen in een borst die al eerder bestraald is. Sommige ziekenhuizen gebruiken dan tijdens de borstamputatie een latissimus dorsi-flap. Daarmee brengt de chirurg gezond, niet-bestraald weefsel naar het gebied. Dat kan de wondgenezing in het beschadigde gebied helpen.
Wanneer opbouwen rond de bestraling?
Wanneer u de opbouw doet ten opzichte van de bestraling, is een van de belangrijkste keuzes in uw plan. De meeste chirurgen raden aan om minstens zes tot twaalf maanden na het einde van de bestraling te wachten met een verdere opbouw. In die tijd komt het weefsel tot rust en zijn de gevolgen van de bestraling helemaal zichtbaar. Zo heeft uw chirurg een helder beeld.
Een opbouw meteen vóór de bestraling kan soms. Maar dat vraagt goed overleg tussen uw oncologisch chirurg, plastisch chirurg en de bestralingsarts. Komt er bestraling? Dan raadt uw team vaak een latere opbouw aan als de veiligste keuze, zeker bij een implantaat.
Er is ook een tussenweg: de 'vertraagd-directe' opbouw. Bij die aanpak (onder andere in Nederland gebruikt) haalt de chirurg eerst de tumor weg en sluit de wond. Laat het weefselonderzoek zien dat de randen vrij zijn van kanker? Dan volgt de opbouw binnen ongeveer twee weken. Als alles genezen is, kan de bestraling vlot starten.
Welke opbouw werkt het best na bestraling?
Zetten we de manieren naast elkaar voor vrouwen die bestraald zijn? Dan geeft een opbouw met eigen weefsel meestal een beter resultaat dan een implantaat. Uw eigen levende weefsel past zich natuurlijker aan en veroudert beter te voorspellen. De DIEP-flap, de latissimus dorsi-flap en andere technieken brengen vers, niet-bestraald weefsel met een eigen bloedtoevoer naar de borstwand.
Een opbouw met een implantaat kan ook na bestraling. Maar het is belangrijk dat u weet dat de kans op problemen duidelijk groter is, vooral op een hard kapsel (kapselcontractuur). Sommige vrouwen beginnen met een implantaat en stappen later over op eigen weefsel, zodra hun situatie de langere operatie toelaat.
Lipofilling (vet inspuiten) heeft een waardevolle extra rol bij een opbouw na bestraling. Het kan de kwaliteit van bestraalde huid verbeteren, kuiltjes opvullen en volume toevoegen. Veel chirurgen plannen meerdere lipofilling-sessies in als deel van het hele plan bij vrouwen die bestraald zijn.
Gevolgen van bestraling na een borstsparende operatie
Vrouwen die een borstsparende operatie krijgen en daarna bestraald worden, hebben eigen aandachtspunten. Vlak na de operatie valt het verschil soms mee. Maar de gevolgen van de bestraling komen over maanden en jaren. De behandelde borst kan merkbaar kleiner en stugger worden, met kuiltjes en vormveranderingen. Daardoor blijft het uiterlijk vaak veranderen, ook lang na de verwachte genezing.
Voor vormveranderingen na een borstsparende operatie zijn er verschillende oplossingen: lipofilling om volume terug te brengen en de huid te verbeteren, het verschuiven van weefsel uit de buurt, en soms een gedeeltelijke opbouw met een lokale flap zoals de LICAP-flap. Soms is een verkleining van de andere borst de simpelste weg naar balans, als de bestraling aan de behandelde kant duidelijk volume heeft weggenomen.
Bestraling en oncoplastische chirurgie
Bij oncoplastische chirurgie haalt de chirurg de tumor weg én herstelt hij de vorm in één operatie. Dat kan de bestraling zelfs preciezer maken, doordat het weefsel mooier verdeeld is. De chirurg plaatst dan kleine clips als markering op de plek waar de tumor zat. Zo weet de bestralingsarts precies waar hij moet bestralen. Wel is het goed om te weten: op de lange termijn kunnen de gevolgen van bestraling het eerste resultaat veranderen. Een vervolgingreep, zoals lipofilling, kan dan nodig zijn zodra het weefsel rustig is.
Vragen voor uw team
Komt er bestraling in uw plan? Bespreek dan deze vragen met uw team. Welke volgorde van bestraling en opbouw is in mijn geval het verstandigst? Welke manier van opbouw past het best bij mijn situatie, met de geplande bestraling? Hoe lang moet ik na de bestraling wachten met de opbouw? Hoe groot is de kans op problemen bij een implantaat vergeleken met eigen weefsel na bestraling? En kan ik tijdens de bestraling al iets doen om mijn latere resultaat te verbeteren?
Dit artikel is gebaseerd op het boek 'Borstreconstructie Uitgelegd' van Dr. Foumani. Kijk op breastreconstructionsurgeon.com voor meer uitleg over de mogelijkheden in combinatie met bestraling.
Geschreven door Dr. Mahyar Foumani, plastisch en reconstructief chirurg gespecialiseerd in borstreconstructie. Gebaseerd op het boek "Borstreconstructie Uitgelegd."



Opmerkingen