top of page
  • Youtube
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon

Keuzes na Borstamputatie versus Borstsparende Operatie

Welke borstoperatie u krijgt, bepaalt veel. Het gaat om een borstamputatie (mastectomie) of een borstsparende operatie. Uw keuze beslist mee welke reconstructie kan en hoe het er straks uitziet. Elke aanpak heeft eigen voordelen en nadelen. Als u die kent, kiest u samen met uw arts wat bij u past.

Pas als u alles goed begrijpt, maakt u samen met uw arts een plan. Het resultaat moet er mooi uitzien. Maar het moet ook medisch veilig zijn en goed voelen.

Dit artikel is gebaseerd op het boek "Borstreconstructie Uitgelegd" door Dr. Foumani.

Borstamputatie: alles weg en daarna opbouwen

Bij een borstamputatie (mastectomie) haalt de chirurg al het borstweefsel weg. Er blijft een vlakke borstwand over. Dat is de basis voor een nieuwe borst. Meestal gaan de tepel en de tepelhof ook weg. Soms kunnen ze blijven. Uw chirurg vertelt of dat bij u kan.

Afbeelding 1a: Borstamputatie - incisieplanning
Afbeelding 1b: Borstamputatie - weefselverwijdering
Afbeelding 1c: Vlakke borstwand na borstamputatie

Deze tekeningen laten een borstamputatie zien. Al het borstweefsel gaat weg, ook de tepel. De lijn laat zien waar de snee (incisie) komt. Zo kan de chirurg er goed bij.

Soorten borstamputatie en wat dat betekent

Bij een gewone borstamputatie gaan al het borstweefsel, de tepel en de tepelhof weg. De borstspieren blijven zitten. U houdt een vlakke borst over met een litteken. Bij een huidsparende borstamputatie blijft het grootste deel van de huid zitten. Dat geeft vaak een mooier resultaat en minder zichtbare littekens.

Bij een huid- en tepelsparende borstamputatie blijven de huid én de tepel zitten. Dit kan het best bij een kleine tumor die niet vlak bij de tepel ligt. Voor de opbouw is dat fijn. Maar de tepel voelt daarna meestal niets meer. Soms haalt de chirurg ook de meeste lymfeklieren in de oksel weg. Dan is er soms een extra techniek nodig.

Afbeelding 2: Huid- en tepelsparende borstamputatie met incisie richting de oksel
Afbeelding 3: Tepelsparende borstamputatie via de onderste borstplooi
Afbeelding 4: Huidsparende borstamputatie met verwijdering van het tepelhofcomplex

De plek en de lengte van het litteken doen veel voor het eindresultaat. Een litteken kan in de plooi onder de borst liggen (inframammair). Het kan ook rond de tepelhof lopen (periareolair), recht naar beneden of langwerpig zijn.

Sofie (42) is grafisch ontwerper. Zij kreeg aan beide kanten een huid- en tepelsparende borstamputatie. Tijdens dezelfde operatie kreeg zij implantaten. "Dat ze mijn eigen huid en tepels konden houden, was heel belangrijk voor mij. Ik voel bijna niets meer, maar het ziet er goed uit. De chirurg legde de snee in de plooi onder mijn borsten. Daardoor zie je de littekens bijna niet."

Mogelijkheden voor opbouw na een borstamputatie

Bij een opbouw met een implantaat (prothese) gebruikt de chirurg silicone of zout water. Dat kan meteen tijdens de borstamputatie. Het kan ook in twee stappen. Eerst komt er een tijdelijke ballon (weefselexpander) die langzaam wordt gevuld. Later komt het echte implantaat. Een implantaat geeft een kortere operatie en sneller herstel. Maar het gaat niet eeuwig mee. Soms ontstaat er een hard kapsel eromheen (kapselcontractuur).

Bij een opbouw met eigen weefsel gebruikt de chirurg weefsel van een ander deel van uw lichaam. Vaak komt dat van de buik (DIEP- of TRAM-flap), de rug (latissimus dorsi-flap), de bil (SGAP of IGAP) of het bovenbeen (TUG of PAP). Veel vrouwen vinden dit weefsel natuurlijker aanvoelen. Soms wordt eigen weefsel met een implantaat gecombineerd (hybride). Dat geeft vaak een natuurlijker resultaat.

Waar u nog rekening mee houdt

Bestraling (radiotherapie) kan het weefsel beschadigen. De huid wordt dan stugger. Dat geeft vooral problemen bij implantaten. Daarom raden veel chirurgen aan om de opbouw pas ná de bestraling te doen. Bij een dubbele borstamputatie maakt de chirurg twee gelijke borsten. Bij één borst moet de nieuwe borst lijken op de andere. Soms is daarvoor een kleine ingreep aan de gezonde borst nodig.

Uw lichaamsbouw telt ook mee. Heeft u genoeg weefsel op de buik? Dan kan een opbouw met eigen weefsel vaak goed. Bent u slank? Dan past meestal een andere oplossing beter.

Borstsparende operatie: een deel weg en bijwerken

Bij een borstsparende operatie haalt de chirurg de tumor weg met een randje gezond weefsel. Het grootste deel van uw borst blijft zitten. Soms wordt de vorm daardoor wat onregelmatig of valt er volume weg. Dan kan een kleine opbouw nodig zijn.

Hoe groot de tumor is vergeleken met uw borst, bepaalt hoeveel u ziet. Ook de plek telt mee. Tumoren vlak bij de tepel of bovenin de borst vallen sneller op. Na een borstsparende operatie volgt bestraling. Die kan in de maanden en jaren erna zorgen voor verharding, krimp en een andere vorm.

Afbeelding 5a: Borstsparende operatie - tumorlokalisatie
Afbeelding 5b: Borstsparende operatie - incisie
Afbeelding 5c: Borstsparende operatie - tumorverwijdering
Afbeelding 5d: Borstsparende operatie - holte na verwijdering
Afbeelding 5e: Borstsparende operatie - wondsluiting

Een borstsparende operatie bij een tumor op één plek. De tekeningen laten zien hoe de chirurg de tumor weghaalt met een randje gezond weefsel. Dat gebeurt via een gebogen snee in de huid.

Rebecca (51) is hoogleraar. Zij vertelt: "Vlak na de operatie zag ik weinig verschil. Maar door de bestraling kromp het weefsel en raakte mijn borst uit vorm. Ongeveer een jaar later kreeg ik een vetinjectie (lipofilling) om het kuiltje op te vullen. Die kleine ingreep heeft de vorm mooi hersteld."

Mogelijkheden na een borstsparende operatie

Bij oncoplastische chirurgie haalt de chirurg de tumor weg én werkt hij de vorm bij. Dat gebeurt in één operatie. Welke techniek past, hangt af van de plek van de tumor. Het kan met een borstverkleining, het verschuiven van weefsel of een borstlift. Bij een vetinjectie (lipofilling) gebruikt de chirurg uw eigen vet om kuiltjes op te vullen. Dat gebeurt meestal zes tot twaalf maanden na de laatste behandeling.

Bij het verschuiven van weefsel brengt de chirurg weefsel uit de buurt naar het lege plekje. Is er veel volume weg? Dan kan een ingreep aan de gezonde borst helpen, zoals een verkleining of een borstlift. Zo blijven de borsten in balans.

De twee aanpakken naast elkaar

Na een borstamputatie wordt de hele borst opnieuw opgebouwd. Dat kan met een implantaat, met eigen weefsel of met een combinatie. Het herstel duurt langer, maar u krijgt een hele nieuwe borst. Na een borstsparende operatie gaat het om een kleine correctie, met verschuiven van weefsel, een vetinjectie of een kleine flap. Het herstel is korter en u houdt meer gevoel.

Uw keuze maken

De kenmerken van de kanker tellen het zwaarst. Het gaat om de grootte van de tumor, de plek, het stadium en het type. Die sturen welke aanpak het best past. Daarnaast telt mee wat u zelf wilt. Sommige vrouwen willen zoveel mogelijk eigen weefsel houden. Anderen kiezen juist om alles weg te halen, bijvoorbeeld bij een erfelijke aanleg. Zo'n erfelijke factor kan uw keuze sterk bepalen.

Uw keuze gaat over wat medisch nodig is én over wat voor u belangrijk is. Het doel blijft hetzelfde: de kanker goed behandelen en u daarna lichamelijk en geestelijk goed laten leven. Vraag uw chirurg tijdens het gesprek hoe elke aanpak uw mogelijkheden voor opbouw beïnvloedt.

Dit artikel hoort bij een serie. Die is gebaseerd op het boek "Borstreconstructie Uitgelegd" van Dr. Foumani. Bekijk ook onze gratis online cursus (e-learning) voor meer uitleg.

Geschreven door Dr. Mahyar Foumani, plastisch en reconstructief chirurg gespecialiseerd in borstreconstructie. Gebaseerd op het boek "Borstreconstructie Uitgelegd."

Opmerkingen


Neem Contact Op
Verbind met ons
Beleid
Abonneren

Dr. M. Foumani, MD

Facebook

Instagram

Youtube

Algemene Voorwaarden

Privacybeleid

Toegankelijkheidsverklaring

Breastreconstructionsurgeon.com

© 2026 Borstreconstructie Chirurg

bottom of page