Mislukte lipofilling van de borst: oorzaken, wat u merkt en wat er nog mogelijk is
We spreken van een mislukte lipofilling als er te weinig volume is overgebleven, de borst ongelijk is geworden, of er harde knobbels zijn ontstaan. Een deel van het vet wordt altijd afgebroken. Dat hoort erbij en is geen mislukking. Meestal is het resultaat te verbeteren, met een extra sessie of een andere techniek. Beoordeel het resultaat pas na drie tot zes maanden en bespreek uw zorgen met uw chirurg.
In dit artikel
Wat is lipofilling (eigen vet inbrengen) en wat is een normaal resultaat?
Bij lipofilling (ook wel vettransplantatie) brengt de chirurg uw eigen vet van de buik, de dijen of de flanken naar de borst. Hij maakt het vet schoon en spuit het in kleine beetjes en in laagjes in. Zo krijgt elk stukje vet genoeg bloed en blijft het beter leven.
Niet al het vet blijft zitten. Meestal blijft 40 tot 70 procent van het ingespoten vet permanent zitten. De rest neemt uw lichaam in de eerste maanden gewoon op. Dat is normaal en geen mislukking. Uw chirurg houdt daar vooraf rekening mee. Daarom zijn er soms meerdere sessies nodig, met drie tot zes maanden ertussen.
Een goed resultaat betekent dus niet dat al het vet blijft. Het betekent dat de vorm beter is, de borst zacht aanvoelt en u tevreden bent. Het vet dat aanslaat, gedraagt zich als gewoon vet en verandert mee als u aankomt of afvalt.
Wanneer is lipofilling van de borst 'mislukt'?
Er is geen harde grens. Meestal spreken we van een teleurstellend of mislukt resultaat in deze situaties:
Te weinig volume. Er is veel meer vet verdwenen dan verwacht. Het kuiltje of het verschil tussen de borsten is nog duidelijk te zien.
Ongelijkmatig resultaat. De borst voelt op de ene plek vol en op de andere plek leeg. Of er is een nieuwe oneffenheid ontstaan.
Harde knobbels (vetnecrose). Een deel van het vet krijgt te weinig bloed en sterft af. Dat kan een hard plekje geven dat u kunt voelen. Het is meestal onschuldig, maar het moet wel gecontroleerd worden.
Oliecysten. Afgestorven vet kan een klein zakje met olie vormen. Dat voelt als een zachte of stevige bobbel onder de huid.
Verkalkingen. Kleine kalkplekjes in het vet. U voelt ze meestal niet, maar ze kunnen op een borstfoto (mammografie) te zien zijn.
Infectie (zeldzaam). Roodheid, warmte, pijn en soms koorts in de eerste weken. Dit komt weinig voor, maar vraagt snel om behandeling.
Een hard plekje betekent niet dat de hele behandeling is mislukt. Vaak is de vorm wel verbeterd en gaat het om een klein, oplosbaar probleem.
Waarom lukt lipofilling soms niet?
Of het vet aanslaat, hangt af van uw lichaam en van de techniek. Vooraf precies voorspellen kan niemand. De belangrijkste oorzaken:
Bestraald weefsel. Bestraald weefsel is strakker en krijgt minder bloed. Daardoor kan er per keer minder vet in en blijft er minder zitten. Na bestraling zijn vaker meerdere sessies nodig.
Roken. Roken vernauwt de bloedvaten. Het vet krijgt minder zuurstof en sterft eerder af.
Te veel vet per sessie. Komt er te veel vet op één plek, dan ligt een deel te ver van een bloedvat. Dat vet sterft af en kan een knobbel of oliecyste worden.
Weinig donorvet. Bent u heel slank? Dan is er weinig vet te halen en is het volume per sessie beperkt.
Gewichtsverandering. Het ingebrachte vet is gewoon vet. Valt u flink af, dan krimpt ook de borst. Komt u aan, dan wordt hij voller.
Wat u merkt en wanneer u het weet
Direct na de ingreep ziet de borst voller uit dan het eindresultaat. Dat komt door zwelling. In de eerste weken trekt die weg. In de maanden daarna neemt uw lichaam een deel van het vet op. Het volume wordt dus eerst wat minder en daarna stabiel.
Beoordeel het resultaat daarom niet te vroeg. Na drie tot zes maanden is het meestal stabiel. Pas dan kunt u samen met uw chirurg zeggen of het genoeg is, of dat een volgende stap nodig is.
Is het minder goed gegaan, dan komt het kuiltje terug, voelt de borst op sommige plekken hard of bobbelig, of blijft het verschil tussen de borsten duidelijk. Voelt u een nieuw hard knobbeltje? Laat het altijd controleren.
Onderzoek: echo of mammografie bij knobbels
Een harde plek na lipofilling is meestal afgestorven vet (vetnecrose) of een oliecyste. Dat is niet gevaarlijk. Maar een knobbel in een borst die eerder kanker heeft gehad, moet altijd worden onderzocht.
Uw arts begint meestal met een echo en soms een borstfoto (mammografie). Een ervaren radioloog kan vetnecrose en kalkplekjes meestal goed onderscheiden van iets verdachts. Soms is er toch extra onderzoek nodig, zoals een MRI of een biopsie (het wegnemen van een stukje weefsel). Dat geeft zekerheid.
Vertel het altijd aan uw radioloog als u lipofilling heeft gehad. En blijf uw gewone controles volgen.
Wat er nog mogelijk is na een mislukte lipofilling
Een tegenvallend resultaat is bijna altijd te verbeteren:
Een extra sessie. De meest gekozen oplossing bij te weinig volume. Er zit minimaal drie maanden tussen twee sessies.
Oliecyste leegzuigen. Een hinderlijke oliecyste kan de arts vaak met een dunne naald leegzuigen, meestal op de polikliniek.
Knobbel verwijderen. Een hard plekje dat pijn doet of blijft storen, kan de chirurg via een klein sneetje weghalen. Vaak is dat niet nodig.
Een andere techniek. Is het tekort te groot voor vet alleen? Dan kan een implantaat of een opbouw met eigen weefsel (zoals een DIEP-flap) passen. Lipofilling werkt daarna vaak de vorm bij.
Symmetrie-ingreep aan de andere borst. Soms is een verkleining of lift van de andere borst de simpelste weg naar balans. Dan laat u de behandelde borst met rust.
Afwachten. Kleine oneffenheden zijn medisch niet schadelijk. U mag het ook zo laten, of een bh met wat vulling gebruiken.
Er is geen beste keuze voor iedereen. Bespreek met uw chirurg wat bij u past.
Hoe u de kans op succes vergroot
Stop met roken. Liefst ruim voor de ingreep en tot de wondjes genezen zijn. Dit is de belangrijkste stap die u zelf kunt zetten.
Houd uw gewicht stabiel. Ga niet vlak voor of na de ingreep sterk afvallen of aankomen. Zo blijft het resultaat voorspelbaar.
Kies voor meerdere kleinere sessies. Kleine beetjes vet slaan beter aan dan één grote hoeveelheid. Dat vraagt geduld, maar geeft een beter resultaat.
Wacht na bestraling. Lipofilling gebeurt het liefst pas zes tot twaalf maanden na het einde van de bestraling. Dan is het weefsel tot rust gekomen.
Vraag naar voorbereiding van buitenaf. Bij een volledige opbouw met vet gebruiken sommige chirurgen vooraf een apparaat dat de borst zachtjes oprekt (BRAVA of EVE). Dan blijft er vaak meer vet zitten.
Wanneer belt u uw arts?
Neem contact op met het ziekenhuis als:
uw borst of de plek waar het vet vandaan komt snel dikker, strak en erg pijnlijk wordt;
de huid rood, warm en pijnlijk wordt, of er vocht uit een sneetje blijft komen;
u koorts krijgt (38 graden of hoger);
u later een nieuw, hard knobbeltje in uw borst voelt. Dat is meestal onschuldig (vetnecrose), maar laat het altijd controleren.
Veelgestelde vragen over mislukte lipofilling
Wanneer is lipofilling van de borst mislukt?
Een deel van het vet verdwijnt altijd; dat is normaal. We spreken van een mislukte lipofilling als er na drie tot zes maanden veel te weinig volume over is, de borst ongelijk is geworden, of er hinderlijke harde knobbels of oliecysten zijn ontstaan. Meestal is dat te verbeteren.
Hoeveel vet blijft er zitten na lipofilling van de borst?
Meestal blijft 40 tot 70 procent van het ingespoten vet permanent zitten. De rest neemt uw lichaam in de eerste maanden op. In bestraald weefsel of bij roken blijft er vaak minder zitten. Daarom zijn soms meerdere sessies nodig.
Wat is vetnecrose na lipofilling en is het gevaarlijk?
Vetnecrose is vet dat te weinig bloed kreeg en is afgestorven. Het kan een hard plekje geven dat u kunt voelen. Het is niet gevaarlijk en wordt vaak vanzelf kleiner. Laat een nieuw knobbeltje wel altijd controleren met een echo, zodat u zeker weet wat het is.
Kan een mislukte lipofilling opnieuw worden gedaan?
Ja, meestal wel. Een extra sessie is de meest gekozen oplossing bij te weinig volume. Er zit minimaal drie maanden tussen twee sessies. Is het tekort te groot voor vet alleen, dan kan uw chirurg een implantaat, een flap of een ingreep aan de andere borst voorstellen.
Wat zijn de ervaringen met lipofilling van de borst?
Veel vrouwen zijn tevreden, omdat het resultaat zacht en natuurlijk is en er bijna geen littekens bijkomen. De meest genoemde teleurstelling is dat een deel van het volume weer verdwijnt. Wie daarop is voorbereid en geduld heeft voor een extra sessie, is meestal blij met het eindresultaat.
Kan lipofilling na een borstreconstructie ook mislukken?
Ja. Ook na een reconstructie met een implantaat of een flap kan het vet minder goed aanslaan, vooral in bestraald weefsel of bij roken. Het probleem is dan vaak een kuiltje of een hard plekje. Dat is meestal goed te verbeteren met een extra sessie.
Is eigen vet inbrengen in de borst veilig na borstkanker?
Het onderzoek tot nu toe laat zien dat lipofilling de kans op terugkeer van borstkanker niet groter maakt. Het gebeurt pas als uw kankerbehandeling klaar is en in overleg met uw oncologisch team. Vertel uw radioloog altijd dat u lipofilling heeft gehad.
Hoe lang duurt het voor u het resultaat van lipofilling ziet?
Direct na de ingreep is de borst voller door zwelling. In de eerste weken trekt dat weg. Daarna neemt uw lichaam nog een deel van het vet op. Na drie tot zes maanden is het resultaat meestal stabiel. Beoordeel het dus niet eerder.
Vragen voor uw chirurg
Is het resultaat bij mij al stabiel, of moet ik nog wachten?
Is dit harde plekje vetnecrose en is er onderzoek nodig?
Verwacht u dat een extra sessie genoeg is, of past een andere techniek beter?
Hoeveel eigen vet is er bij mij nog beschikbaar?
Wat kan ik zelf doen om de volgende sessie beter te laten slagen?
Gerelateerde artikelen
Geschreven door Dr. Mahyar Foumani, plastisch en reconstructief chirurg gespecialiseerd in borstreconstructie. Gebaseerd op het boek 'Borstreconstructie Uitgelegd.'
Dit artikel is voorlichting, geen medisch advies
Dit artikel legt in gewone woorden uit hoe borstreconstructie werkt. Het is bedoeld om u te helpen begrijpen wat er mogelijk is, zodat u samen met uw arts een goede keuze kunt maken. Het vervangt geen persoonlijk medisch advies.
Elke situatie is anders. Wat voor u het beste is, hangt af van uw lichaam, uw ziekte, uw behandeling en uw eigen wensen. Volg daarom altijd het advies van uw eigen arts of behandelteam. Heeft u klachten of twijfelt u ergens over? Neem dan contact op met uw arts of huisarts. Bij spoed belt u het alarmnummer in uw land (in Nederland 112).




Opmerkingen